​Deze winkelbazen maken er wat van

Stille straten, afgeplakte winkelruiten, zwerfvuil op de trottoirs: het schrikbeeld van de retailer, vastgoedpartijen en de consument. Voor de oorzaak wordt gewezen naar de crisis, internet, de gemeente of alle drie. Hoe het ook zij, het percentage winkels dat in ons land leegstaat is volgens een recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor het achtste jaar op rij gestegen. Bijna tien procent van het totale winkelvloeroppervlak staat leeg, een half procentpunt meer dan vorig jaar.


Met name het aandeel langdurige leegstand is flink gegroeid, zo blijkt uit bovenstaande grafiek. Vooral de gebieden buiten de Randstad kampen met lege winkelruimtes. In Friesland, grote delen van Groningen, Zuidwest-Overijssel, Flevoland-Midden en Zuid-Limburg wordt meer dan tien procent van het oppervlak niet benut. Bevolkingskrimp is volgens het PBL in deze regio's een belangrijke oorzaak van de leegstand.

Vastgoedbeleggers laten zich door dergelijke cijfers niet van de wijs brengen. In de eerste zes maanden van dit jaar hebben ze al meer geïnvesteerd in winkelvastgoed dan in heel 2014, bleek onlangs uit cijfers van vastgoedadviseur CBRE. In het eerste halfjaar werd zo’n 1,3 miljard euro gestoken in winkelruimten, een toename van 61 procent op jaarbasis, aldus CBRE. Een opmerkelijke ontwikkeling, zeker gezien het feit dat retailers afwachtend zijn met het opnemen van winkelmeters. In het eerste kwartaal van dit jaar daalde de vraag naar meters met maar liefst 53,5 procent.

Voor vastgoedpartij Unibail-Rodamco is ons land het enige land waar het fonds nog last heeft van de kwakkelende economie en oplopende winkelleegstand. De huurinkomsten vanuit ons land zijn in het eerste halfjaar met 2,3 procent gedaald. Unibail-Rodamco heeft daarnaast een aantal Nederlandse retailers in zijn winkelcentra failliet zien gaan, vertelde cfo Jaap Tonckens onlangs in Het Financieele Dagblad. Het Nederlandse portfolio is volgens hem minder sterk dan die in andere Europese landen, waardoor het niet meevalt om bezoekersaantallen en huren omhoog te krijgen. De vastgoedeigenaar wil onder meer Stadshart Amstelveen en winkelcentrum Leidsenhage van nieuw elan voorzien, maar het lukt maar niet om alle betrokkenen achter de plannen te krijgen. “Maar dat we in Nederland nog helemaal geen grote luxecentra hebben zoals in het buitenland, betekent niet dat we op dat niveau moeten blijven hangen”, aldus Tonckens.

In Frankrijk vergroot de vastgoedspeler bijvoorbeeld de aantrekkelijkheid en het niveau van zijn winkelcentra door de handen ineen te slaan met kunstenaars. In de entree van het winkelcentrum Beaugrenelle in Parijs is bijvoorbeeld een kunstwerk opgehangen van vijftien meter hoog. Hoewel kunstliefhebbers met opgetrokken wenkbrauwen kijken naar de rol van kunstwerken in een ‘tempel van consumptie’, kan Beaugrenelle shoppers hiermee beleving bieden en zich onderscheiden van andere winkelcentra.


In het in oktober te openen winkelcentrum Polygone Riviera pakt Unibail-Rodamco het nog groter aan. Onder de artistieke leiding van een voormalig directeur van het Ullens Center for Contemporary Art in Peking moeten vaste en tijdelijke kunstexposities aan het winkelgebed worden toegevoegd. In Japanse en Amerikaanse winkelgebieden is kunst al een bijna standaard onderdeel van winkelcentra geworden, zegt Jérôme Sans, die deze taak voor zijn rekening heeft genomen. “Consumenten verwachten meer van shoppen dan een rij winkels”, aldus Sans tegen de krant Les Echos. Winkelen moet een attractie zijn, een beleving bieden.

Winkelcentrum La Vallée Village in de Parijse voorstad Marne-La-Vellée wordt door de krant gezien als voorloper op kunstvlak. Sinds 2007 hebben klanten hier 27 kunstexposities kunnen bezoeken, met thema´s als mode en ambacht. “Klanten gaan hierdoor met een ander oog naar mode kijken”, verklaart marketingdirecteur Laurence Corteggiani de aanwezigheid van de tentoonstellingen.

Winkelcentra moeten ook gewoon meer hun best doen om de aandacht van klanten te trekken en vast te houden, stelt consumentenanalist Marco Atzberger van het Duitse EHI Retail Institute. Hij ziet de markt van aantrekkelijke winkelcentra in eigen land krimpen. “Eigenaren moeten creatiever worden.” Het grootste probleem zit ‘m volgens Atzberger in de vele winkelmeters. Begin 2014 telde het EHI Retail Institute 460 grote winkelcentra, met een gezamenlijke vloeroppervlak van 14,4 miljoen vierkante meter.

Winkelvastgoedeigenaar Management für Immobilien (MFI) probeert met zijn shoppingcentra boven de middenmaat uit te stijgen door elk winkelcentrum van een eigen handtekening te voorzien. In winkelcentrum Minto worden bijvoorbeeld relaxzones ingeruimd, terwijl Palais Vest naast gratis wifi en oplaadpunten voor elektrische auto’s een kinderopvang aanbiedt.

Vastgoedbaas ECE zet eveneens meer in op service in zijn shoppingmalls. “We verwachten dat het service-aspect van steeds meer invloed wordt op het succes van winkelcentra”, aldus ceo Alexander Otto tegen de Australische nieuwssite News.com.au. Daarom kunnen shoppers in het Stuttgartse winkelcentrum Milaneo – waar momenteel een street art-festival is –gebruikmaken van een sameday delivery-service. En in centra in Hamburg en Essen vinden pilots plaats waarbij klanten via hun smartphone kunnen shoppen en hun aankopen later ophalen.


Ook in ons land trekken vastgoedeigenaren allerlei toepassingen uit de kast om klanten te vermaken. Zo heeft Van der Vorm Vastgoed 25 dinosaurussen in het Delftse winkelcentrum De Hoven Passage neergezet. Shoppers kunnen zich tot eind oktober vergapen aan de levensgrote replica’s, workshops volgen of meedoen aan een spaaractie die een reis naar Universal Studios in Florida oplevert. Ook hier is het bieden van beleving het beoogde doel, legt verhuurmanager Gemma Hares-Visser uit aan de krant Delft op Zondag. “Iedereen in retailland heeft het erover, wij dóen het.”