Retailcanon: hoogte- en dieptepunten uit de retailgeschiedenis

RetailTrends stelde drie jaar geleden ter gelegenheid van het honderdste nummer een retailcanon samen. Honderd hoogte-en dieptepunten van de Nederlandse retailgeschiedenis passeerden de revue. De komende vier weken staat RetailWatching stil bij de honderd grootste retailgebeurtenissen in ons land, aangevuld met enkele belangrijke momenten die na het samenstellen van de canon nog hebben plaatsgevonden. Vandaag deel 1, met onder meer de allereerste winkelketen en de start van C&A.

Eerste winkelketen (1818)
De eerste echte winkelketen opent in ’s-Hertogenbosch en begint een klein winkeltje met de naam De Gruyter. Er komen steeds meer De Gruyters bij, vooral in het roomse zuiden. Uiteindelijk wordt De Gruyter een van de grootste winkelketens van het land. Met bekende klantenbinders als de tien procentkorting (voor wie kassabonnen bewaart) en ‘Het snoepje van de week’ (gratis cadeautje voor kinderen van klanten) is het ook een van de eerste winkels die met loyaliteitsprogramma’s werken. De Gruyter vergeet echter mee te gaan met de stormachtige supermarktmodernisering in de jaren zestig van de 20ste eeuw. In 1971 komt er een eind aan hun verhaal in de retailgeschiedenis.

Winkel van Sinkel (1837)
Oorspronkelijk begonnen te Amsterdam wordt de Winkel van Sinkel pas echt legendarisch aan de Utrechtse Oude Gracht. Dat komt ook door de klassieke slogan: ‘In de Winkel van Sinkel is alles te koop.’ In de winkel, in 1837 opgericht door de Duitser Anton Sinkel, is niet alles maar van alles en nog wat te koop. Tegenwoordig huist in het eerste, echte warenhuis van Nederland een grand café (met niet al te beste bediening).

Start C&A (1841)
De uit Duitsland afkomstige broers August en Clemens Brenninkmeijer zoeken nieuwe markten en vinden die in Friesland, in Sneek, waar ze in 1841 hun eerste confectiewinkel openen. En daarna nog een. En nog een. De formule is: niet te duur, niet te sjiek – een tamelijk kleurloze strategie waarmee hun nazaten uiteindelijk zowat heel Europa veroveren. En de rijkste familie van Nederland worden en nog steeds zijn (ook al zwijgen ze daar hardnekkig over).

Eerste winkelcoöperatie (1865)
In Duitsland en Engeland komen steeds meer coöperaties van de grond. Deze trend krijgt ook gevolg in Nederland. Boerencoöperaties, kredietcoöperaties en ook winkelcoöperaties, telkens onder het motto: samen sta je sterker. De Coöpwinkel is de eerste winkelcoöperatie. Door gezamenlijke inkoop en logistiek en het ontbreken van een winstoogmerk kan de prijs van producten als brood en kaas naar beneden.

Albert Heijn wordt een keten (1873)
In Purmerend opent Albert Heijn een tweede kruidenierswinkel en daarmee is Albert Heijn een keten. Acht jaar eerder heeft Albert Heijn de zaak van zijn vader overgenomen in Oostzaan en daar een succes van gemaakt. Spoedig komen er steeds meer Albert Heijns bij. Vanaf het begin van de twintigste eeuw is Albert Heijn marktleider en blijft dat, tot op de dag van vandaag, met inmiddels 856 filialen. De baas van Albert Heijns moederbedrijf Ahold is tegenwoordig Dick Boer, net als Albert Heijn eveneens de zoon van een hardwerkende kruidenier.