Taobao-dorpen, waar alles e-commerce is

Alibaba’s platform Taobao brengt de mogelijkheden van internetverkoop naar het platteland. Boerendorpen veranderen in Taobao-dorpen, waar alles e-commerce is en iedereen kan profiteren van de kooplust van consumenten. Onze China-correspondent neemt een kijkje.

‘Weg met de riek, pak de muis!’ prijkt op de gevels in steeds meer Chinese dorpen. Alibaba’s platform Taobao brengt de mogelijkheden van internetverkoop naar het platteland. Boerendorpen veranderen in Taobao-dorpen, waar alles e-commerce is en iedereen kan profiteren van de kooplust van consumenten. Onze China-correspondent neemt een kijkje.

Lei Xiongzi weet het nog goed. “Een jaar of vijf, zes geleden begonnen we onze tassen ook op Taobao te verkopen”, wijst hij naar de rugzakken onder het grote afdekscherm voor zijn productiekot. Grote plastic pakketten liggen te wachten tot een van de vele koeriersdiensten uit het dorp ze oppikt. “Zo vinden ze de weg naar onze onlinekanalen, of gaan ze ouderwets naar grote inkopers”, zegt hij. “Veelal in China, maar ook in het buitenland.”

Al sinds jaar en dag runt Lei het minifabriekje, waar hij met enkele collega’s op minder dan tachtig vierkante meter geprinte teksten op tassen aanbrengt. “Hoelang precies? Geen idee meer. Tientallen jaren, dat weet ik zeker”, zegt hij. “En de laatste jaren is onze omzet er niet minder op geworden.” Hij doelt op de status van Taobao-dorp, die zijn geboortegrond enkele jaren geleden kreeg.

Zijn fabriekje ligt tussen Laiyuan en Baiwu, allebei onderdeel van een serie van 33 aan elkaar vastgegroeide dorpen en stadjes die bij Baigou horen. Plaatsen die met gemak voldoen aan de definitie van Taobao-dorp. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet een dorp onderdeel zijn van een plattelandsregio en opgeteld minimaal tien miljoen renminbi aan omzet halen uit e-commerce, oftewel een kleine anderhalf miljoen euro. Verder moet het aantal actieve webwinkels boven de honderd liggen, of moet tien procent van de huishoudens een webwinkel hebben. Het aantal Taobao-dorpen groeit als een speer. In 2013 waren er nog twintig, vier jaar later meer dan tweeduizend. Om de groei te stimuleren kunnen de plaatsen gebruikmaken van fondsen voor een betere infrastructuur en worden er trainingen in bijvoorbeeld marketing aangeboden.

Hart van China's e-commercerevolutie
Koffers en tassen zijn populair in Taobao-dorpen. In de top tien bestverkochte producten zijn de producten terug te vinden op plaats vijf en zes. De lijst wordt aangevoerd door kleding, meubels en schoenen. Het wonder dat Taobao heet, heeft Baigou met in totaal 130 duizend inwoners, veranderd van een grauwe productieregio in een van de minst welvarende streken in de provincie Hebei tot het hart van China’s e-commercerevolutie. Al valt daar op straat nog niet al te veel van te zien. Het is rommelig, op veel plekken ligt het afval hoog opgestapeld. De wegen in de dorpskernen zijn verhard, maar hobbelig. Daarbuiten zijn het vooral zandweggetjes, leidend naar de vele boerderijtjes die de regio telt.

Grote trucks, volgeladen met grote plastic pakketten, rijden door de straten om de fabrieken in Baigou te verbinden met de buitenwereld. Wie minder grote volumes draait, laat de logistieke klus oplossen door scooters en trikes, die behendig tussen de scheuren in de smalle dorpsweggetjes manoeuvreren richting een van de drie logistieke centra in de buurt. “In deze regio maken we meer tassen en koffers dan de hele wereld bij elkaar kan kopen”, grapt een collega van Lei over wat gezien wordt als tassenhoofdstad van China. Al in de Han-dynastie, aan het begin van onze jaartelling, zouden hier de eerste tasjes geproduceerd zijn.

Logo’s van Taobao en Tmall dicteren het straatbeeld. Waar vrijwel iedereen een winkel kan openen op Taobao, Alibaba’s belangrijkste winkelplatform, geldt Tmall als keurmerk voor kwaliteit. Alleen originele producenten of bedrijven die de strenge checks van Alibaba hebben doorstaan mogen een shop openen op het Tmall-platform. Onder meer H&M en Zara zijn erop actief. Ook JD.com, Alibaba’s belangrijkste concurrent op de binnenlandse markt, is zichtbaar op de grote uithangborden in de straten.

Volgens Chinese media zijn er in Baigou meer dan twaalfhonderd verschillende merken actief, die gezamenlijk voor miljarden aan tassen en koffers omzetten. Qiao Jianjun, directeur van het Informatiedepartement van de provincie Hebei, zei eerder dat e-commerce ‘lokale fabrikanten de mogelijkheid geeft de slagkracht van de regionale industrie te vergroten’. Ruim tienduizend huishoudens, verdeeld over zo’n drieduizend kleinere fabriekjes, zouden zodoende actief zijn in de tassenmarkt. De financiële website Meijingwang raamt hun productie van afgelopen jaar op maar liefst zevenhonderd miljoen tassen. Dat zijn er bijna twee miljoen per dag. Gemiddelde jaarsalaris? Zo’n elfduizend renminbi, nog geen vijftienhonderd euro. “Maar de huizenprijzen liggen hier een stuk lager”, haast een inwoner zich te zeggen, die een aantal jaar geleden terugkeerde vanuit Peking.

Handwerk
Om die reden zijn tassen uit Baigou in vergelijking met de meer ontwikkelde industrie in het zuidelijke Guangzhou een stuk goedkoper, zeggen de handelaren. Al wordt op kwaliteit niets ingeleverd, bezweert Du Xianqi van Shunagli Piju, die – zoals vrijwel het hele dorp – zijn bedrijf bouwde op tassen. “Kijk maar naar onze opdrachtgevers”, wijst hij naar een kar met volle dozen. “Tassen die door de douane worden gebruikt”, glimlacht hij trots. Onder de veranda pakt zijn vrouw een aansteker om de laatste schouderbandjes van een serie zwarte rugtassen te versmelten. Waar fabrieken in het zuiden van China in toenemende mate geautomatiseerd werken, is hier vrijwel alles nog handwerk.

“Kom maar mee naar binnen”, zegt Du. “We hebben hier nog veel meer.” Hij zwaait enthousiast de deuren open naar zijn magazijnen. Een wagentje rijdt weg, richting de verzendservice. Ook in de binnentuin van Du’s bedrijf liggen stapels rugtassen, veelal met legerprint. “We doen de grote orders, vanaf duizend stuks. En daarnaast hebben we uiteraard een Taobao-winkel. Dit zijn de tassen die allemaal al verkocht zijn”, vertelt hij terwijl hij aan zijn bureau een kop thee inschenkt. “Naar Rusland bijvoorbeeld. Maar we verkopen ook veel in eigen land. Vandaag bestellen, morgen leveren.”

Overheidssteun
Daarvoor heeft Baigou de infrastructuur. De aaneengeregen dorpen grossieren in kleine servicepunten van de verschillende grootgrutters op het gebied van logistiek. Niet alleen kan Baigou gebruikmaken van een leger aan consumenten. Alleen Taobao al bereikt 620 miljoen Chinezen. Ook de overheid verwelkomt initiatieven van Alibaba als deze. In 2014, toen de Taobao-dorpen nog in de kinderschoenen stonden, bezocht premier Li Keqiang een van de eerste dorpen in Zhejiang. “Plaatsen als deze spelen een belangrijke rol binnen onze economie en geven ondernemers toegang tot een enorme markt”, verklaarde hij. Ook Peking heeft belang bij Alibaba’s pogingen om na de stad ook het platteland te laten profiteren van China’s groeiende welvaart.

Dat de overheid nooit ver weg is, blijkt wel uit de leuzen die rond het dorp te vinden zijn. ‘Voor altijd zij aan zij met de communistische partij’, staat op een van de grote, rode pilaren van de nieuwgebouwde hogesnelheidslijn, die de reistijd van en naar Peking danig heeft verkort. Een dozenmaker zit tevreden een sigaretje te roken voor de ingang van zijn winkel, die bestaat bij de gratie van zijn e-commerceklanten. “De tassen moeten tenslotte ergens in vervoerd worden”, lacht de – in dit geval letterlijke – chef lege dozen.

Internet Plus-strategie
Wegen, bruggen en tunnels moeten, samen met servicepunten als die van Alibaba of JD.com, de hindernissen wegnemen die de plattelandsgemeenschap lang afsloten van de vernuften van de stad. Ook de toegang tot internet is sterk verbeterd. In 2015 lanceerde de Chinese overheid de Internet Plus-strategie, waarmee Peking het gebruik van mobiel internet wilde aanzwengelen. Niet in de laatste plaats om minderbedeelde Chinezen te laten profiteren van e-commerce en kleine bedrijfjes te helpen met data-analyses en voorraadmanagement. Met succes: inmiddels hebben 772 miljoen van de bijna 1,4 miljard Chinezen toegang tot internet. Een steeds groter deel van hen is aangesloten op de online betaalplatformen van Alibaba, of concurrent Tencent.

De verdere groei moet nu komen uit de Taobao-dorpen, waarvan de eerste serie vooral ligt in provincies die van oudsher op de kaart staan als kleine handelsnaties binnen het Chinese keizerrijk. Zhejiang bijvoorbeeld, de provincie waar Alibaba huist. Ook Jiangsu, onder meer bekend als de thuisbasis van retailgigant Suning, en ‘fabriek van de wereld’ Guangdong. Dorpen die eraan moeten bijdragen armoede te bestrijden. Waar het Alibaba om gaat met het project – los van het verzekeren van marktaandeel uiteraard – is de deur te openen naar dorpen die tot nu toe vrijwel waren afgesloten van de markt. Dat geldt ook voor de boerendorpen in Baigou. Daar is men nu niet meer alleen afhankelijk van handelaren, maar kan men ook zelf de markt op.

De binnenlanden in 
De volgende stap is om verder de binnenlanden in de trekken, richting het minder toegankelijke westelijke deel van China. Een belangrijke pijler voor de toekomstige groei van Alibaba. Het internetconglomeraat wil zijn marktmacht versterken door naar plekken te gaan waar Taobao een noviteit is en dorpsbewoners toegang te geven tot producten die ze anders niet kunnen krijgen. Niet voor niets werd webwinkelen op het platteland, naast globalisering en de ontwikkeling van big data, gebombardeerd tot topprioriteit toen Alibaba eind 2014 naar de beurs ging.

Voor boeren heeft Alibaba inmiddels Taobao Platteland geïntroduceerd: een manier voor fruittelers en groentekwekers om hun verse producten voor een goede prijs via Alibaba naar de klant te brengen. Ook maakt het platform het voor de klant mogelijk direct te communiceren met de boer. Een welkome optie, in een land dat in het recente verleden meermaals werd geplaagd door voedselschandalen.

Groei over de grens
Volgens Alibaba dekt Taobao inmiddels meer dan zevenhonderd plattelandsregio’s in China af. Gezamenlijk beschikken ze over dertigduizend servicepunten, waar boeren niet alleen zelf kunnen shoppen, maar ook kunnen aankloppen om hun waar via onlineplatformen naar de consument te krijgen. Voor 2020, zei Alibaba eerder, moet het aantal servicepunten zijn uitgebreid tot liefst honderdduizend. Het aantal Taobao-dorpen, nu iets meer dan tweeduizend, moet in 2020 meer dan verdubbeld zijn. “Niet alleen binnen China, maar ook daarbuiten”, zei director Gao Hongbing van AliResearch daar recentelijk over. Om dat de bewerkstelligen biedt Alibaba, net als veel lokale overheden, leningen aan voor kleine ondernemers.

Dat wordt toegejuicht door veel arbeiders in Baigou, waar het geluid van plakbandrollen die de pakketjes verzendklaar maken overal op straat te horen is. Toch is Taobao niet voor iedereen het zaligmakende platform. “Mijn bedrijf is nog niet naar de markt gegaan”, grapt Lü Denghui. Hij werkt voor een kleine tassenmaker in een rommelig ateliertje waar hij kleine portemonnees afwerkt. Zijn fabriekje doet nog niks op Taobao. Wel op WeChat, de killerapp die onder meer social media, betaalfuncties en webwinkelen combineert. WeChat heeft lagere drempels voor nieuwe verkopers en is daarom voor de allerkleinsten in het dorp een aantrekkelijk alternatief, zegt Lü. “Als je nog portemonnees of tassen nodig hebt stuur ik je graag een serie foto’s toe”, lacht hij, terwijl een collega de leren banden klaarlegt die vervolgens door de enige naaimachine in de minifabriek worden gestikt. “Niemand kan dat zo goed als zij”, wijst hij naar de vrouw achter de naaimachine, hard pratend om boven het geluid uit te komen.

Het deel waar Lü zit, aan de rand van het dorp, is vrijwel uitgestorven. Veel van de fabriekjes ogen verlaten. Veel deuren zijn gebarricadeerd. De toegang tot internet kent ook een prijs, zo wordt duidelijk. Dorpen als deze zijn verwikkeld in een stevige concurrentiestrijd met de vaak efficiëntere en kapitaalkrachtiger tassenproducenten in het zuiden van het land. Voor de producenten in Baigou een ongewenst neveneffect van die grotere afzetmarkt. De kleinere tassenmakers hier moeten overeind blijven tussen een veel grotere groep aanbieders. Vooral door hun marges laag te houden, maar dat lukt niet iedereen.

Wie wel kapitaalkrachtig genoeg is, vertrekt naar een nieuwe zone, een paar kilometer verderop. In het immens grote Hedao Internationale Tassengroothandelscentrum kunnen fabrikanten hun tassen, koffers en portemonnees tonen aan handelaren die volgens de verkopers uit alle hoeken van de wereld komen. Verspreid over liefst zeven vierkante kilometer staan in de lange gangen de Hello Kitty-rugzakken en handtassen met Louis Vuitton-print breed uitgestald.

Namaak
Veelal gaat het om neppers, getuige de lokale variaties op de pictogrammen van het Franse luxemerk, die vanaf zo’n 150 renminbi oftewel twintig euro van de hand gaan. Een hardnekkig probleem waar Alibaba naar eigen zeggen hard tegenop treedt. Al blijft het aanbod van nepartikelen ook op Taobao schering en inslag. Een simpele zoekterm op de app levert vele honderden hits op met namaaktassen.

Terug bij het bedrijf van Lei gaat net een nieuwe serie plakkaten onder de drukpers. De geur van versmolten plastic en leer hangt in de fabriekshal. Het zal zijn tijd allemaal wel duren. “We hebben misschien meer concurrentie, maar de markt die we kunnen bedienen is ook flink gegroeid.” Dat er nog spelfouten op zijn tassen staan, is voor hem bijzaak. Deze serie is vooral bedoeld voor de onderkant van de Chinese markt, waar niemand zich drukt maakt over opdrukteksten als ‘sovuenir’ of ‘mreveilles’, dat mits correct geschreven wonderen moet betekenen. De opmars van e-commerce heeft hem een hoop gebracht. Maar Franse klanten heeft hij duidelijk nog niet gehad.

Bron: RetailTrends 10

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.