​Zij moesten al voor de rechter verschijnen

Blokker Holding mag morgen tijdens een kort geding uitleg geven over de problemen bij één van zijn franchisegevers. Wouter Fischer, die de winkel in Delft exploiteert, spreekt van ‘ernstige tekortkomingen’ bij zijn franchisegever. Leveringsproblemen en spelen met marges, afdrachten en vergoedingen voor eigen gewin: eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. De lijst met retailers die door hun franchisenemers voor de rechter werden gesleept, lijkt namelijk eindeloos.

De franchiseorganisatie die waarschijnlijk het vaakst voor de rechter heeft moeten verschijnen is Bart’s Retail, het concern achter Bakker Bart. Eerder dit jaar was er sprake van elf verschillende dagvaardingen, waarbij een rechtszaak over de prijs van het deeg en een nieuw huurconditiestelsel nog niet eens mee was gerekend. Daarbij werken tien franchisers samen om in totaal anderhalf miljoen euro terug te krijgen.

Het hoofdkantoor kwam als antwoord onder meer met een eigen franchiseraad met de naam Bart’s Franchise Orgaan, maar volgens kwade tongen zou die de bestaande franchiseclub alleen maar monddood moeten maken. Bart’s Retail is naar eigen zeggen onder leiding van de nieuwe algemeen directeur Herbert Schalkwijk juist een andere weg ingeslagen, om het vertrouwen van zijn franchisenemers terug te winnen.

Ook Op=Op Voordeelshop kreeg een miljoenenclaim aan zijn broek. Zes (voormalige) franchisenemers sleepten de directie van de drogisterijketen vorig jaar voor de rechter om 3,5 miljoen euro terug te krijgen. Uit een interne aankooplijst, die per ongeluk naar een Op=Op-winkel in Almere was gemaild, werd namelijk gesproken over een opslagpercentage van 17,5 procent op producten die verplicht bij het hoofdkantoor ingekocht moest worden. Die extra opslag was niet bekend bij de franchisenemers, die juist uitgingen van marktconforme prijzen.

Op=Op Voordeelshop is inmiddels tot de conclusie gekomen dat groeien via franchisers niet de methode is. Een hoop contracten werden verscheurd, en niet altijd zonder slag of stoot. Zo moest het hoofdkantoor vorig jaar winkels in Heerenveen en Drachten onder druk van de rechter weer beleveren.

De klachten van franchisenemers mondden eind vorig jaar zelfs uit in aangiftes. Tientallen franchisenemers willen dat het Openbaar Ministerie in totaal zeven franchisegevers vervolgt wegens oplichting. Gezamenlijk klaagden ze behalve Bakker Bart en Op=Op Voordeelshop ook Biretco, Shoeby, StreetOne, stomerijketen Cristal Cleaning en Otto Simon, het moederconcern van Top 1 Toys, aan. Die concerns zouden bewust valse prognoses hebben gegeven en de ondernemers daarmee in grote financiële problemen gebracht hebben. De ondernemers worden bijgestaan door de Fraudehelpdesk en franchiseadvocaat Nienke Slump, die stelt dat faillissementen soms onderdeel uitmaken van het verdienmodel van franchiseorganisaties. “Er zijn ketens waarvan ik echt vermoed, en waarvan oud-managers mij hebben bevestigd, dat dit het verdienmodel is.”

Voor Albert Heijn geldt dat hoogstwaarschijnlijk niet, maar toch ligt de supermarktketen geregeld overhoop met zijn franchisers. Is het niet om de invoering van een leeftijdsscanner, dan claimen ze wel miljoenen terug van het hoofdkantoor. De franchisenemers van Albert Heijn weigerden eerder al vijftien procent te betalen van de goederenfactuur van week 51 in 2013, de beste omzetweek van het jaar. Daarmee wilden de ondernemers Albert Heijn tot een andere houding dwingen.

De franchiseorganisatie stelt te zijn benadeeld door het retailconcern, omdat bulkkortingen van grote leveranciers niet volgens afspraak zouden zijn doorberekend. Veel van die verkopen zouden namelijk weggeboekt worden via de webwinkel. Daarnaast zou Albert Heijn zijn ondernemers laten betalen voor het aanhouden van voorraden, terwijl de retailer daar helemaal geen kosten voor maakt. Ahold zette in verband met de kwestie al zeventien miljoen euro opzij.

Ook HEMA zag een ruzie met de franchisevereniging escaleren. Twee franchisenemers hebben met steun van de vereniging een arbitragezaak aangespannen tegen het moederbedrijf. Daarbij gaat over het marketingstrategiefonds van HEMA, waar de franchisers een deel van claimen. Dat fonds wordt gebruikt voor marketingdoeleinden en gevuld met bijdragen van leveranciers van HEMA.

De franchisenemers menen op basis van eigen berekeningen de afgelopen vijf jaar recht te hebben gehad op 29 miljoen euro. Zij eisen dat bedrag, exclusief rente, nu namens alle franchisenemers terug van hun franchisegever. HEMA betwist de juistheid van de claim en stelt zich er krachtig tegen te verdedigen.

Sommige zaken worden buiten de publiciteit afgehandeld, maar in de meeste gevallen is het vooralsnog een gevecht zonder eind. Dat geldt niet voor de kwestie rond DA Retail, dat tegen de zin van ondernemers in een nieuwe winkelformule wilde invoeren. De organisatie bereikte echter onlangs een akkoord met zijn coöperatiebestuur, nadat de rechter eerder al toestemming had gegeven om de formule uit te rollen. Ondernemers kunnen nu kiezen om over te stappen op de nieuwe formule op full-franchisebasis en met een eigen conditiestelsel of onder de huidige formule en bijbehorende condities door te gaan. De 32 ondernemers die samen 53 winkels vertegenwoordigden komen echter niet meer terug.

Wetgeving
Het zijn overigens niet alleen de franchisers die het hoofdkantoor voor de rechter slepen. Andersom gebeurt het ook vaak genoeg. Zo daagde New York Pizza vorig jaar twee ondernemers voor de rechter om van hen af te komen, terwijl Spar een lening aan een franchiser terug probeerde te krijgen. Jumbo probeerde recent nog van twee belangrijke supermarktondernemers uit Noord-Brabant af te komen. En ook deze lijst gaat nog wel een tijdje door.

Hoog tijd voor wetgeving dus, vindt BVFN. De belangenvereniging van franchisenemers vindt de concept franchisecode die onlangs werd geïntroduceerd niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken. De vereniging heeft geen vertrouwen in de nieuwe Nederlandse Franchise Code (NFC), die volgens een schrijfgroep van franchisenemers en – gevers een nieuw gemeenschappelijk normenkader moet stellen. De nieuwe code en is op verzoek van minister Henk Kamp opgesteld en moet een einde maken aan de veronderstelde ongelijkwaardigheid tussen deze partijen. 3 september mag hij een definitieve code in ontvangst nemen. Zijn we dan van alle rechtszaken af?