Coffeecompany is met een Amsterdamse ex-franchisenemer in een slepend juridisch conflict verwikkeld. De koffieketen maakt twee jaar na afloop van de franchiseovereenkomst aanspraak op haar winkel en huurcontract, schrijft Het Financieele Dagblad.

Gea Zwiers opende in 2005 als eerste franchisenemer van Coffeecompany een filiaal op de Dam. Daarbij liet ze naar eigen zeggen een bepaling in het contract aanpassen, zodat de zaak bij beëindiging van het contract niet automatisch in handen van de franchisegever zou komen. “Ik ben niet gek. Het is mijn pand. Waarom zou ik dat aan Coffeecompany moeten afstaan als wij uit elkaar gaan?”, aldus de ondernemer.

Zwiers werd na afloop van haar contract al direct voor de rechter gedaagd omdat zij het non-concurrentiebeding overtrad. Hoewel ze zich sinds die uitspraak alleen op ijs, wafels en broodjes richtte, probeerde Coffeecompany tevergeefs aanvullende dwangsommen te incasseren via de gerechtsdeurwaarder. In februari van dit jaar werd ze er bovendien op gewezen nog een paar parasols, zonweringen en gevelmateriaal in bezit te hebben.

“Het is gewoon ondernemertje pesten, mij het leven proberen zuur te maken en mij op kosten jagen”, stelt Zwiers. Ze denkt dat het een persoonlijke strijd is van directeur Stefan Swart, die haar zou hebben laten weten ‘heel diepe zakken’ te hebben. De retailer wil er zelf niets over kwijt zolang de zaak bij de rechter ligt.