Coffeecompany trekt aan het kortste eind in een al jaren durend conflict met een Amsterdamse ex-franchisenemer. Inzet van de rechtszaak was het pand aan de Dam, waar de franchisenemer onder eigen naam koffie mag blijven schenken.

Gea Zwiers opende in 2005 als eerste franchisenemer van Coffeecompany een filiaal op de Dam. Daarbij liet ze een bepaling in het contract aanpassen, zodat de zaak bij beëindiging van het contract niet automatisch in handen van de franchisegever zou komen. Als Zwiers eind 2013 aangeeft te willen stoppen als franchisenemer, raakt ze in een juridische strijd verwikkeld met het voormalige moederbedrijf.

Coffeecompany, een dochterbedrijf van D.E. Master Blenders 1753, daagt Zwiers na afloop van haar contract direct voor de rechter omdat zij het non-concurrentiebeding overtrad. Zwiers bouwt haar zaak om tot een ‘skihut’ om ijs te verkopen, en zo ‘onder het juk van Coffeecompany uit te komen’, zegt ze tegenover NRC. Sinds twee jaar exploiteert ze weer een koffieschenkerij onder de naam Dam Good Coffee.

De kantonrechter ziet in de licentieovereenkomst die de twee partijen in 2005 aangingen geen reden om Zwiers te dwingen de huurrechten van het pand aan Coffeecompany over te dragen, omdat die bepaling niet expliciet in de overeenkomst is opgenomen. De huurrechten waren voor de samenwerking al in het bezit van Zwiers en vertegenwoordigden volgens de rechter voor haar een dusdanige waarde, dat het niet logisch is dat ze bereid was bij aflopen van de licentieovereenkomst de rechten aan Coffeecompany af te staan.

Zwiers spreekt van een gevecht tussen ‘David en Goliath’. “De kleine franchisenemer tegen de grote multinational. Maar ik heb gewonnen.”