'Onvoldoende bewijs voor kartelvorming Hudson's Bay-verhuurders'

'Onvoldoende bewijs voor kartelvorming Hudson's Bay-verhuurders'

Hudson’s Bay kan onvoldoende bewijzen dat er sprake was van verboden kartelvorming onder de Nederlandse pandeigenaren. Om die reden mag de failliete warenhuisketen geen getuigen horen, zo bepaalde de rechtbank van Amsterdam donderdag.

De pandeigenaren van de vijftien voormalige Hudson’s Bay-warenhuizen proberen het concern te houden aan de afspraak om tot 2027 zeker 280 miljoen euro huur door te betalen. Volgens het Canadese bedrijf zijn er 'sterke aanwijzingen dat er onderlinge afspraken over de concerngarantie zijn gemaakt tussen de verhuurders', wat in strijd zou zijn met de Nederlandse en Europese kartelregels.

Hudson’s Bay zei in mei 41 personen van verschillende partijen, waaronder verzekeraars ASR, Allianz en Zürich, vastgoedgiganten Kroonenberg Groep, Wereldhave en Unibail-Rodamco en het vastgoedimperium van de familie Blokker, onder ede te willen horen. De rechter bepaalde vorige week echter dat de beschuldiging ‘op cruciale punten behoorlijke onderbouwing mist’ en ‘onsamenhangend’ is. Daarnaast valt het de rechtbank op dat het concern pas melding maakte van vermoedelijke kartelvorming nadát de Nederlandse tak failliet werd verklaard. 

Advocaat Jurjen de Korte zegt tegen het FD dat Hudson’s Bay in hoger beroep gaat tegen de uitspraak. Als het concern geen gelijk krijgt, moet het zich alsnog aan de gemaakte afpsraken houden en de pandeigenaren ten minste 280 miljoen euro betalen.  

Reacties

Soms zegeviert het recht dus wel. Goede slag.
De genoemde pandeigenaren hebben stevige investeringen moeten doen in de Hudson's Bay panden onder de voorwaarde dat er een 10 jarige huurgarantie werd gegeven door de moedermaatschappij in Canada.

Geplaatst door Seb Seb op 29 september 2020 om 10:39

Laatste nieuws









RetailTrends