Hoe tassenmerk O My Bag de wereld wil veroveren

Dubbel feest bij O My Bag. Het Amsterdamse tassenmerk bestaat tien jaar en oprichtster Paulien Wesselink werd vorige week beloond met een ondernemersprijs. “Ons doel: een internationaal, echt gerenommeerd merk zijn.”

Dubbel feest bij O My Bag. Het Amsterdamse tassenmerk bestaat tien jaar en oprichtster Paulien Wesselink werd vorige week beloond met een ondernemersprijs. “Ons doel: een internationaal, echt gerenommeerd merk zijn.”


Paulien Wesselink (37) kwam via een omweg in de wereld van de tassen terecht. Door haar studies geschiedenis en internationale betrekkingen lag een baan bij Buitenlandse Zaken of de Verenigde Naties meer voor de hand. Maar tijdens haar stage bij Buitenlandse Zaken besefte ze: nee, dit is het niet. “Zelf iets opzetten, dat paste meer bij mij. Een bedrijf dat maatschappelijk nut heeft.”


Omdat ontwikkelingssamenwerking haar altijd al aansprak, zocht ze het in die hoek. “Een bedrijf waarbij ik werkgelegenheid creëer in rurale gemeenschappen in een ontwikkelingsland. Gemeenschappen die zelf niet zo makkelijk toegang krijgen tot de globale economie.” Een slogan uit haar studietijd was haar bijgebleven: support trade, not aid.


Tassenfan
Ze wist meteen waar ze zich op wilde gaan richten. “Ik ben altijd tassenfan geweest.” In haar vriendenkring merkte ze dat veel mensen tevergeefs zochten naar een mooie tas, die niet alleen voor het werk maar ook privé kon worden gebruikt. Stoerder, modieuzer dan de standaard aktetas. “Ik zag een schaarste.”


Samen met een vriendinnetje uit haar studietijd in Utrecht besloot ze de stap te wagen. In de zomer van 2010 gingen ze naar India. Daar moesten ze zijn voor de leerproductie, wisten ze. En ook handig: ze spreken daar Engels. Van tevoren hadden ze via internet contact gelegd met diverse producenten, van wie sommigen op verzoek alvast samples gingen maken.


Moeizame zoektocht
Maar de zoektocht naar geschikte producenten verliep moeizaam. Bij de ene waren de producten lelijk, bij de andere vertrouwden ze de mensen niet zo. “We kwamen erachter dat leer best een problematisch en vervuilend product was. En dat de vervaardiging in de leerlooierijen ook niet zo goed ging.” Ze bleven drie weken weg, een periode waarin ze ook nog in Indonesië gingen kijken.


Haar vriendin haakte af. Volgens haar zou het veel te lang duren voordat er een succesvolle businesscase van was te maken, maar Wesselink zette door. Uiteindelijk vond ze in India enkele kleine stichtingen die gelieerd waren aan de World Fair Trade Organization. Zij konden de kwaliteit leveren die ze voor ogen had en de arbeidsomstandigheden waren er in orde. Het zou nog een jaar duren voordat Wesselink alles voor elkaar had, maar in juli 2011 was het zover: O My Bag was geboren.

Paulien Wesselink (rechts) kreeg vorige week de Bold Future Award 2021, een prijs van champagnehuis Veuve Clicquot voor de meest beloftevolle onderneemster van het jaar. Links de winnares van de Bold Woman Award (zakenvrouw van het jaar), directeur Marinka Nooteboom van de Koninklijke Nooteboom Groep.

Dirty Harry
De lancering vond plaats tijdens de Amsterdam Fashion Week. De eerste tas was de Dirty Harry. “Een ouderwets schooltasmodel, dat toen heel erg in was. Met van die riempjes aan de voorkant.” Die riempjes waren vooral voor de sier. Via een grote rits aan de achterkant kon je er eenvoudig spulletjes in stoppen. Ook kwamen er al snel modellen die hierop gebaseerd waren: Sleazy Jane en Franky Fierce.


De verkopen via de website (vanaf het begin in het Engels) kwamen vrij snel op gang, mede door een artikel in NRC Next en promotie via Facebook. Ook kwamen de tassen in enkele winkels te liggen. Sinds 2013 maakt O My Bag ook gebruik van andere producenten in India, die de ‘moeilijkere’ tassen voor hun rekening nemen. In 2016 opende Wesselink een winkel in Den Haag. In Amsterdam, waar het kantoor zit, kon ze geen geschikt pand vinden. Toen ze in Den Haag tegen gunstige voorwaarden een pand aan de Denneweg kon krijgen, hapte ze toe.


Intussen ging de zoektocht in Amsterdam door, waar in 2017 een winkel aan de Ceintuurbaan werd geopend. De zaak in Den Haag is begin dit jaar gesloten, een gevolg van corona. De huur was daar inmiddels een stuk hoger geworden en O My Bag had elders in de stad ook al diverse verkooppunten. “We wilden onze energie liever in een andere winkel steken.” Dat werd enkele maanden later de Wolvenstraat, een van de 9 Straatjes in Amsterdam.

De Dirty Harry

Groeien in coronatijd
In de eerste jaren groeide de omzet van O My Bag met zo’n veertig procent per jaar, daarna vlakte die af tot twintig procent. “Een stevige groei, maar ook een comfortabele groei. Niet zo groot dat je de hele tijd uit je jasje knapt.” In het coronajaar 2020 steeg de omzet met vier procent tot zo’n 2,7 miljoen euro. Dat dankte O My Bag aan de gestegen verkopen via internet, maar ook doordat de omzet via wholesale aardig op peil bleef. Wesselink prijst zich gelukkig dat de 285 verkooppunten verspreid zijn over 27 landen, vooral in Europa.


Het gaat om warenhuizen, kledingboetieks en concept- en lifestylestores. Belangrijke landen zijn België, waar O My Bag het zelfs ietsje beter doet dan in Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen. Daarna volgen onder meer Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland en Ierland. En ‘een plukje’ Verenigde Staten en Japan. Wesselink verwacht dat de omzet dit jaar oploopt naar ongeveer 3,2 miljoen euro.


Tweedehands
O My Bag heeft inmiddels ruim honderd verschillende tassen en accessoires, voor zowel mannen als vrouwen. Sinds 2017 verkoopt het merk ook tweedehandstassen (‘pre-loved’) en Wesselink ziet dat er steeds meer vraag naar is. Het is nog wel een uitdaging om dat onderdeel winstgevender te krijgen.


Zo gaat er veel tijd in zitten: vaak moet er iets gerepareerd of opgepoetst worden, en er moeten voor de website iedere keer foto’s worden gemaakt. “Maar klanten willen het wel graag. En je ziet dat het nu wel echt een vlucht is gaan nemen in de mode-industrie. Het is een trend die niet meer te stoppen is.”


Ambitie
Inmiddels heeft O My Bag zestien medewerkers in vaste dienst. Wesselink zit vol ambitie. “Ons doel: een internationaal, echt gerenommeerd merk zijn. We liggen nu al in 27 landen, maar we zijn relatief klein in veel van die landen. Er is nog veel groeicapaciteit. We willen van Tokio tot Shanghai, van Londen tot Parijs en van LA tot New York verkrijgbaar zijn. Dat echt iedereen O My Bag kent. Voornamelijk om onze duurzaamheidswaarden en dat we in de mode-industrie een katalysator zijn op dit gebied.”


Een ander doel is om in 2030 ruim honderdduizend levens positief beïnvloed te hebben. Zo investeert O My Bag jaarlijks één procent van de omzet in lokale projecten in India, onder meer op het gebied van women empowerment – zoals toegang tot onderwijs voor meisjes. Ook komt het merk binnenkort met producten van veganleer, gemaakt van appelschillen. Die productie vindt plaats in een fabriek in Noord-Italië.


Wesselink houdt de deur open voor meer winkels. Ze denkt aan enkele grote steden in Europa. Als de winkel in de 9 Straatjes een succes blijkt te zijn, zou Antwerpen of Brussel in 2023 de eerste stad in het buitenland kunnen worden. “En vervolgens misschien Berlijn of München en Kopenhagen.” Maar wat voor haar voorop staat: “Het is belangrijk dat het winstgevend is, het moet niet slechts een marketingproject zijn.”

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.

Altijd op de hoogte van de laatste trends in de retailsector.

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrieven van RetailTrends.

Je bent toegevoegd aan onze mailinglijst!