'Textielarbeiders ook in Europa uitgebuit'

De arbeidsomstandigheden zijn voor Oost-Europese en Turkse textielarbeiders niet veel beter dan voor hun Aziatische collega’s. Dat zegt coördinator Niki Janssen van Schone Kleren Campagne tegen RetailNews.  

Voor veel consumenten liggen deze landen onder de radar, aldus Janssen. “Consumenten denken dat de arbeidsomstandigheden dichter bij huis beter zijn, maar dat is niet zo.” Clean Clothes Campaign, de internationale tak van Schone Kleren Campagne, publiceerde hierover onlangs het rapport Stitched Up.

Daaruit blijkt onder meer dat een Bulgaarse textielarbeider vijftig eurocent per uur verdient voor het naaien van kralen op een top van H&M. “Daarnaast krijgen veel werknemers een boete als ze te vaak naar het toilet gaan of te veel praten onder werktijd.”

Clean Clothes Campaign interviewde voor het rapport driehonderd vrouwen die in Oost-Europa en Turkije kleding maken voor onder meer Hugo Boss, C&A en Zara. Deze regio wordt belangrijker voor de fashionbranche omdat steeds meer spelers hun productie dichterbij het hoofdkantoor en klanten willen laten produceren, aldus de onderzoekers.

De textielarbeiders verdienen veertien tot 36 procent van een leefbaar loon. In Moldavië verdient een textielarbeider met een maandloon van 71 euro minder dan in Indonesië, zegt Janssen. “De Oost-Turkse Batman-regio waar veel kleding wordt gemaakt, profileert zich zelfs als ‘goedkoper dan China’.”

Retailers moeten duidelijke stappen ondernemen, stelt Schone Kleren Campagne. De lonen moeten bijvoorbeeld minimaal zestig procent worden verhoogd. Dat dient het uitgangspunt te vormen bij de berekening van inkoopprijzen. “Dat Marks & Spencer hiervoor een inkooptool gebruikt, is een stap in de goede richting.”

Daarnaast moet het recht op een fatsoenlijk salaris voor textielarbeiders worden opgenomen in de gedragscode van retailers, zegt Janssen. “Dat is een eerste stap. En een pilot zoals H&M in Azië uitvoert om zijn werknemers meer te betalen, moet worden opgeschaald.”

Reacties