Groot, groter, gigant. Bedrijven worden steeds groter en machtiger en dat betekent de doodsteek voor gezonde concurrentie en duurzame groei. Retailmerken als Walmart, IKEA en Decathlon zijn verre van immuun voor gigantisme, stelt de Vlaamse econoom Geert Noels. Hij houdt een vurig pleidooi voor bewustwording en een lager groeitempo.

Gigantisme is een wat vreemde term in een economische context. Het is eigenlijk een ziekte, reuzengroei, en duidt op organismen die te groot worden. Levende wezens hebben daarbij te maken met een overproductie van groeihormonen. Maar het verschijnsel van gigantisme blijft niet beperkt tot organismen, betoogt econoom Noels in zijn gelijknamige boek.

ECONOMISCHE ZIEKTE
Het komt ook voor bij organisaties. “Dat is voor de economie een ongezonde situatie en daarom mag je gerust van een economische ziekte spreken. Het is een onevenwichtige toestand, een stoornis die kan worden overgedragen naar andere sectoren en activiteiten. Het besmettelijk en ongezond, en daarom moeten we gigantisme behandelen. Of beter nog, proberen te voorkomen.”

Zo beschouwd klinkt gigantisme als een donkere wolk boven het economische leven. Maar hoe moeten we de diagnose – om maar even in de medische termen te blijven...