Waar de e-bike tien jaar geleden uitsluitend leek weggelegd voor zeventigplussers, is deze inmiddels niet meer weg te denken uit het straatbeeld. En daar plukt marktleider Stella de vruchten van - zéker nu het openbaar vervoer zoveel mogelijk vermeden wordt. Een gesprek met oprichter en ceo Daan van Renselaar.
Niet Amsterdam, Rotterdam of Den Haag, maar in Nunspeet: daar staat de wieg van fietsfabrikant Stella. Geen Randstad, maar een klein stukje Veluwe waar ‘niet lullen, maar poetsen’ al tien jaar lang het credo is. Op de Nunspeetse werkvloer heerst naar eigen zeggen een andere mentaliteit dan bij een bedrijf uit de grote stad. Een mentaliteit die de fietsfabrikant door de zwaarste weken van de coronacrisis heen loodste, vertelt Van Renselaar. “Ik noem het een startup-mentaliteit. Zelfs nu we tien jaar verder zijn”, aldus de ondernemer. “Toen de crisis om de hoek kwam kijken en onze klanten wegbleven, schrokken we natuurlijk wel even. Maar we sloegen met z’n allen de handen ineen en gingen er vol voor. Ons krijgen ze niet klein, zeiden we.”
Het is de eerste keer dat Van...