Winkeliers en andere ondernemers moeten contant geld blijven accepteren als betaalmiddel, ook tijdens en na de coronacrisis. Daarvoor pleit minister van Financiën Wopke Hoekstra in een brief aan de Tweede Kamer. 

Het aantal contante betalingen daalt al jaren. Aan de (fysieke) toonbank werden vorig jaar 67 procent van de betalingen met de pinpas gedaan en 32 procent met contant geld. In 2018 was dat nog 63 procent (pinpas) en ongeveer 37 procent (contant). Door het coronavirus is de overgang van contant geld naar de pinpas als betaalmiddel in een stroomversnelling geraakt. Veel winkeliers geven de voorkeur aan pinnen om fysiek contact met klanten te vermijden. 

Toch is er nog altijd een grote groep Nederlanders die het liefst contant betaalt. Het kabinet wil dan ook dat deze betaalmethode geaccepteerd blijft, maar het aantal ondernemers dat alleen pinbetalingen accepteert is licht gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank.

"Contant geld vervult nog steeds een belangrijke rol in onze samenleving. Ik hecht er grote waarde aan dat iedereen mee kan doen", aldus Hoekstra in zijn brief aan de Tweede Kamer. "Ik roep toonbankinstellingen dan ook op om rekening te blijven houden met mensen die afhankelijk zijn van contant geld en contante betalingen te blijven accepteren."