Zowel winkelketens als toeristenbussen zijn uit den boze in winkelcentrum De Graanbuurt in Giessenburg. “Dan maak je dit kapot”, aldus winkeleigenaar Marcel de Pender.

De Graanbuurt bestaat uit winkels van lokale ondernemers verspreid over een aantal oude loodsen, midden tussen de weilanden. In plaats van gewone puien hebben de winkels gevels van oude huizen. Maar De Pender wil voorkomen dat het markante winkelcentrum ‘een soort Volendam’ wordt. “Al onze vaste klanten worden dan weggedrukt door Amerikanen en Chinezen. Kijk naar Bataviastad, dat is geen winkelcentrum maar een pretpark.”

Naast toeristen zijn ook ketens niet welkom in De Graanbuurt. “Dan krijg je de situatie dat de eigenaar niet meer op de winkelvloer staat, maar dat personeel wordt ingehuurd”, legt De Pender uit. “En winkelmedewerkers zijn toch anders gemotiveerd dan een ondernemer.” Bovendien vreest hij verlies aan uniciteit als lokale zelfstandigen plaatsmaken voor formules. Hij verwijst naar de Negen Straatjes in Amsterdam. “Dat was vijf jaar geleden een leuk winkelgebied, waar je de commercie van de Kalverstraat kon ontduiken en zelfstandige, écht aparte winkels kon ontdekken. Nu opent de ene na de andere brandstore.”

De Graanbuurt telt zo’n dertig winkels verspreid over meerdere gebouwen. Die houden allemaal het hoofd boven water, hoewel ze maar drie dagen per week geopend zijn. Vaker opengaan leidt alleen maar tot een verspreiding van omzet en bezoekers, niet tot groei, luidt de gedachte.

Lees op RetailTrends meer over winkelcentrum De Graanbuurt.