Wat willen Bauhaus en Hornbach hier halen?

“We treffen elkaar zo vaak voor de rechtbank dat ik de meeste mensen in de branche wel bij de voornaam ken”, zei Evert de Goede onlangs nog in Het Financieele Dagblad over de rechtszaken die hij voert met Praxis en Van Neerbos Bouwmarkten. De bouwmarktketens proberen volgens de algemeen directeur van Hornbach Nederland stelselmatig verdere uitbreiding te voorkomen. “Alles wordt uit de kast gehaald: we zouden ons niet aan bestemmingsplannen houden, niet aan milieunormen, onterecht vergunningen krijgen, lokale concurrenten zouden omvallen als wij komen, er komt geen eind aan.”

Hornbach is sinds 1996 actief in land, toen de eerste vestiging in Zaandam opende. Na bijna twintig jaar staat de teller op tien winkels. Zonder het juridische getouwtrek zou het portfolio er volgens De Goede heel anders uit zien. Zou er geen gedoe zijn, dan duurt het proces van aankoop van de grond tot de winkelopening een jaar of vier. “Nu zijn we voor sommige filialen elf tot twaalf jaar bezig.”

De juridische inspanningen ten spijt; Nederlandse klusketens zien nu ook Bauhaus opdoemen. Onlangs werd de eerste bouwmarkt in ons land geopend en de ambitie behelst minimaal tien vestigingen. Ook Bauhaus kampt met Nederlandse spelers die met procedures een stokje voor zijn komst willen steken. Algemeen directeur Matthieu Moons begrijpt die strategie wel: “Op die manier behouden ze met relatief weinig financiële middelen marktaandeel.”



Dat de Gamma’s en Karweis met lede ogen naar de Duitse concurrenten kijken, is niet zo vreemd. De economische crisis en ingeklapte huizenmarkt hebben er flink ingehakt. De totale omzet in de branche is met maar liefst dertig procent geslonken en het aantal verkochte producten is volgens ABN AMRO tussen 2008 en 2014 met zo’n veertig procent gedaald. En veel verbetering is nog niet in zicht. De Rabobank raamt de omzetontwikkeling voor dit jaar op min één tot min drie procent.

Gezien die cijfers is de volharding van de Duitse bouwmarktreuzen opmerkelijk. Het is al lastig genoeg om als ‘new kid on the block’ een positie te veroveren, laat staan als daar tegenwerking van concullega’s en pittige marktomstandigheden bij komen. Wat heeft ons land dat zo aantrekkelijk is voor Hornbach en Bauhaus?

Prijsbewuste consumenten, die te verleiden zijn met goedkopere producten, denkt De Goede. Het prijsniveau in de Nederlandse bouwmarkten is volgens hem lange tijd onnatuurlijk hoog geweest. Door lagere marges te accepteren denkt Hornbach de markt open te breken. In zijn thuisland doet de retailer dat ‘al jaren, aangezien de markt daar veel competitiever is.’

In Duitsland zelf is daarnaast niet veel meer te winnen. De doe-het-zelfmarkt groeit volgens brancheorganisatie BHB dit jaar zo’n 2,5 procent. “Net als in andere verzadigde markten ontwikkelt de branche zich met enkelvoudige cijfers”, verklaart directeur Peter Wüst aan de Kölner Stadt-Anzeiger. Hij voorziet eigenlijk alleen nog groei in het hogere segment en dat is niet echt waar projectbouwmarktketen Hornbach en middenspeler Bauhaus op focussen.

Daar komt bij dat Bauhaus en Hornbach thuis respectievelijk de nummers twee en drie zijn in de markt. Het gat tussen hen is overigens opvallend. In het meest recente overzicht van vakmedium baumarktmanager komt Bauhaus’ omzet op zes miljard euro uit, terwijl Hornbach het bij 3,9 miljard euro houdt.

Dat heeft te maken met het feit dat de Duitse doe-het-zelfmarkt de laatste twee jaar sterk in beweging is. In 2013 ging Praktiker failliet, dat met een marktaandeel van twaalf procent één van grootste spelers van de branche was. Door dat bankroet werd flink gehusseld in de rangorde. Bauhaus greep het faillissement aan om 27 vestigingen van Praktiker over te nemen en zijn omzet met zo’n tien procent te vergroten.

Terug naar Nederland. Hoewel de klusbranche onder druk staat, zijn faillissementen van Praktiker-formaat nog niet voorgevallen. Wellicht fungeert ons land voor Bauhaus en Hornbach als redelijk kalme haven, om het marktaandeel te vergroten en ervaring op te doen met e-commerce.

E-commerce en de doe-het-zelfbranche is namelijk niet echt een gemakkelijke combinatie. Tien pakken laminaat zijn nu eenmaal lastiger te vervoeren dan een paar schoenen. In dat opzicht hebben onder meer Gamma, Karwei en Praxis een voorsprong op de Duitse klusketens. Zij zijn immers al een jaar of twee online actief, terwijl Hornbach afgelopen zomer zijn Nederlandse webwinkel lanceerde.

Met de introductie van de stadswinkels van onder meer Gamma stijgt daarnaast het aantal afhaalpunten voor online bestellingen. En shoppers zullen voor hun bestelling sneller op de fiets naar een stadswinkel gaan dan naar een grote vestiging op een industrieterrein. De strijd tussen Hornbach, Bauhaus en de Nederlandse doe-het-zelvers mag dan spannend worden, ongewapend zijn de klusketens uit ons kikkerlandje niet.