Cor Molenaar maakt meer kapot dan je lief is

Door Marcel Evers
Manager belangen & beleid INretail

Op 2 december verscheen een artikel van de hand van dr. Cor Molenaar, hoogleraar e-marketing, over het niet doorgaan van het outletcentrum in Assen. In dat artikel poneerde hij dat Assen geen leuk centrum heeft, het is er sfeerloos vanwege de winkelleegstand. Afgezien van de TT is er geen echte trekker en is in Assen nieuw elan nodig, betoogt hij. De komst van een factory outlet center (FOC) langs de snelweg zou volgens hem kunnen bijdragen aan de revitalisering van de binnenstad. Geld uit de verkoop grond voor het FOC, tien miljoen euro, zou aangewend kunnen worden om de binnenstad weer attractief te maken. En door de stijgende waarde van het vastgoed zouden vervolgens de WOZ-opbrengsten voor de gemeente stijgen. Hij besluit zijn verhaal met de stelling dat de politiek moet faciliteren en luisteren naar de burgers.

Gezochte opvatting
Op de inhoud van het artikel van de heer Molenaar valt heel wat af te dingen. Dat Assen geen leuk centrum zou hebben is een gezochte opvatting. Weliswaar is er minder historisch stedenschoon in vergelijking met bijvoorbeeld Groningen, Meppel en Zwolle, maar ook Assen heeft een karakteristiek centrum met onder meer De Brink en het Drents Museum. En vooral dit museum is een trekker van importantie. Zo ook het warenhuis Vanderveen, het grootste zelfstandige warenhuis in Nederland met jaarlijkse aantallen bezoekers waaraan een FOC een puntje kan zuigen. Let wel, bezoekers die het jaar door komen, in tegenstelling tot de TT buiten de stad, dat slechts enkele dagen publiek trekt. Het gevarieerde aanbod aan horeca draagt eveneens bij aan de aantrekkelijkheid van het centrum. En niet te vergeten het theater De Nieuwe Kolk.

Nauwelijks in situatie verdiept
De bewering dat er nieuw elan nodig is, laat zien dat de heer Molenaar zich nauwelijks in de Asser situatie heeft verdiept. Jaarlijks vinden tal van activiteiten in de binnenstad plaats, zoals Axis Festival, Art Explosion en het Preuvenement. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat Assen in 2013 in de top drie eindigde van de beste binnenstad in de categorie middelgrote steden. Een binnenstad bovendien die een ruim en stabiel verzorgingsgebied bedient. En het elan, dat er altijd al was, is onder meer zichtbaar nu vanuit de private sector plannen worden ontwikkeld om de doorgeschoten overcapaciteit aan winkelruimte aan te pakken.

Maar wat moeilijk valt te begrijpen, is zijn stellingname dat de komst van een FOC - zes kilometer buiten de binnenstad - een bijdrage kan leveren aan de revitalisering van diezelfde binnenstad. Door de komst van een apart modecentrum langs de snelweg wordt het hart van Assen hard getroffen. De aanslag op de modebranche, de belangrijkste sector van een stadshart met een grote regiofunctie, zal een domino-effect hebben in vorm van sluiting van andere winkels. Het is het paard achter de wagen spannen door eerst de binnenstad kapot te maken en daarna te willen revitaliseren. Als de heer Molenaar zijn zin krijgt, zal de waarde van het vastgoed niet stijgen maar dalen, wat ook de WOZ-opbrengsten voor de gemeente negatief beïnvloedt.

De heer Molenaar is ook kort van geheugen. In zijn boek 'Red de winkel' (2013) memoreert hij het plan uit 2013 voor een FOC nabij Zoetermeer (Bleizo). Op pagina 99 schrijft hij: 'Dit gaat dus ten koste van de bestaande winkels waardoor een grote leegstand dreigt'. Gelukkig is dit plan gesneuveld doordat de provincie Zuid-Holland zich ertegen keerde. En op pagina 100 beschrijft hij de effecten van het FOC te Roermond, dat tegen de binnenstad is gelegen. Hij schrijft daar: 'Dit zijn bijzondere omstandigheden die niet gelden voor Bleizo'. Inmiddels is bekend dat zelfs in Roermond de synergie van het FOC richting binnenstad fors tegenvalt; het is de horeca die profiteert en de detailhandel heeft nauwelijks baat. In de periode 2004-2016 zijn de bezoekersaantallen in de binnenstad van Roermond met tien procent gedaald. De binnensteden van Lelystad en Roosendaal werden zelfs geconfronteerd met een sterkere afname, respectievelijk 33 en 49 procent.

Tot slot nog iets over zijn opvatting dat de politiek moet faciliteren en luisteren naar de burgers. Wie zijn de burgers? Zijn dat degenen die zich via de sociale media uiten? Bekend is dat 'de' burgers gemakkelijk hun meningen kunnen ventileren zonder ooit zelf enig financieel of zakelijk risico te lopen. Maar afgezien hiervan, Provinciale Staten hebben een verantwoordelijkheid voor geheel Drenthe. Immers, de effecten van een buitenstedelijk FOC treffen de gehele provincie. Modewinkels van fabrikanten passen prima in bestaande centra, al dan niet geclusterd en al dan niet met een permanente opruiming van oude collecties. Het voorzieningenniveau en de leefbaarheid staan in Assen en overig Drenthe op het spel.