Een jaar na de ramp met de Rana Plaza-fabriek hebben negentien Nederlandse retailers het Bangladesh-akkoord ondertekend. Wereldwijd is het verdrag, dat retailers verplicht onafhankelijke inspecties toe te laten tot de fabrieken waar hun kleding wordt gemaakt, ondertekend door 166 winkelbedrijven. Dat meldt Het Financieele Dagblad donderdag.

De negentien Nederlandse retailers zijn voornamelijk grote spelers als de Bijenkorf, HEMA, V&D, Zeeman, Wibra en WE Fashion. Ook het mkb moet het akkoord tekenen, vindt minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel. Het is volgens haar logisch dat deze kleinere bedrijven meer tijd nodig hebben om het akkoord te doorgronden, omdat ze bijvoorbeeld geen jurist in huis hebben. “Maar het akkoord is in mei al een jaar operationeel en vrijwel alle onduidelijkheden in het akkoord zijn momenteel opgehelderd, dus dat is eigenlijk geen reden meer om niet te tekenen.”

Van de ruim vierduizend Bengaalse fabrieken vallen er ruim vijftienhonderd onder het akkoord. Daarvan zijn inmiddels meer dan 250 fabrieken gecontroleerd op brand-, elektriciteit- en bouwveiligheid. Acht fabrieken werden tijdelijk gesloten. In oktober moeten alle fabrieken zijn gecontroleerd.

Zestig tot zeventig procent van alle kleding in Bangladesh die in Nederland wordt aangeboden, wordt geleverd door partijen die het akkoord hebben ondertekend. Dat stellen brancheorganisaties MODINT, VGT en INretail. “De textielsector in Bangladesh wordt veiliger”, zegt MODINT-voorzitter Han Bekke. Daarbij wijzen de organisaties erop dat het minimumloon met 77 procent verhoogd is naar zo’n vijftig euro per maand. “We zetten stappen in een uiterst complex proces waarbij iedere kleine stap een mijlpaal is naar een duurzamere textielsector”, Han Bekke.

De fabriek Rana Plaza stortte op 24 april 2013 in, waarbij meer dan elfhonderd mensen omkwamen.