'Uitspraak Hoge Raad funest voor doorstart winkelketens'

'Uitspraak Hoge Raad funest voor doorstart winkelketens'

De Hoge Raad heeft bepaald dat curatoren bij een faillissement niet zonder toestemming van vastgoedeigenaren een winkelpartij mag doorgeven aan een derde partij. Dat kan funest zijn voor het doorstarten van een winkelketen na faillissement, vertellen curatoren aan BNR Nieuwsradio

Eerder was het ook al zo dat verhuurders zeggenschap hadden over hun winkelpand, maar toen hadden curatoren het recht om het pand door te schuiven naar een geïnteresseerde doorstarter. Deze kon dan gedurende de opzegtermijn met de verhuurders van de winkelruimtes praten voor het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst. Dat recht komt met de uitspraak van de Hoge Raad te vervallen. 

Dat haalt de snelheid uit een mogelijke doorstart, volgens curator Marc van Zanten van CMS. De curator kan nu niet een derde partij aan het werk zetten om voorbereidingen te treffen, zonder dat de verhuurder daar toestemming voor heeft gegeven. Bovendien is de curator er gedurende de opzegtermijn voor verantwoordelijk dat de huur wordt betaald. Dat is met deze uitspraak ook lastiger geworden. 

Met name voor retailers met honderden panden en veel verschillende verhuurders kan deze uitspraak gevolgen hebben, zeggen de curatoren. Ook bij de faillissementen van Coolcat, Intertoys en Op=Op Voordeelshop gaat die daarom mogelijk een rol spelen.

Reacties

Deze curator had onrechtmatig gehandeld. Het arrest van de Hoge Raad is echt niet iets nieuws. Het hof had al hetzelfde beslist.

Geplaatst door J. Nijsten op 27 maart 2019 om 13:39

Wat kan die uitspraak voor een gevolg hebben voor de doorstart bij Intertoys?

Geplaatst door An Ummels op 27 maart 2019 om 13:57

Naar mijn mening wordt er aan deze uitspraak van de Hoge Raad van 9-11-2018 (gepubliceerd als ECLI:NL:HR:2018:2067 op rechtspraak.nl) in dit artikel een te grote betekenis toegekend. De curator had geen verzoek tot indeplaatsstelling ingediend en tegen de uitdrukkelijke wens van de verhuurder de doorstarter in het gehuurde gelaten. De curator ontving daarvoor ook een (huur-) vergoeding, maar heeft die niet doorbetaald aan de verhuurder. In plaats daarvan heeft de curator die ontvangen gelden voor haar eigen salaris gebruikt. De verhuurder kon in de tussentijd de bedrijfsruimte zelf niet aan een ander verhuren, en heeft zodoende schade geleden waarvoor de curator aansprakelijk is. De faillissementsboedel was uiteraard ook aansprakelijk, maar die had geen middelen (nadat de curator salaris had ontvangen). Een curator die een bedrijfsruimte echt nodig heeft voor een doorstart en stuit op een onwillige verhuurder mag, nadat hij de verhuurder heeft verzocht om indeplaatsstelling van de doorstarter, die doorstarter al in het gehuurde laten als de verhuurder misbruik maakt van zijn bevoegdheid (nakoming te vragen van het verbod het gehuurde in gebruik te geven aan een derde) of als de opzegging door de verhuurder van de huurovereenkomst op de voet van art. 39 Fw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht. Als de verhuurder "gewoon" wordt doorbetaald zal die situatie zich eerder voordoen dan wanneer - zoals in dit geval - de curator niet betaalt voor het gebruik en zelf wel een vergoeding opstrijkt. Dat de curator hier is teruggefloten betekent dus niet dat een curator altijd schadeplichtig is, of dat een doorstart in zijn algemeenheid moeilijker wordt.

Geplaatst door Dirk van den Berg (Fort Advocaten) op 27 maart 2019 om 14:37

"Een curator die een bedrijfsruimte echt nodig heeft voor een doorstart en stuit op een onwillige verhuurder mag, nadat hij de verhuurder heeft verzocht om indeplaatsstelling van de doorstarter, die doorstarter al in het gehuurde laten als de verhuurder misbruik maakt van zijn bevoegdheid (nakoming te vragen van het verbod het gehuurde in gebruik te geven aan een derde) of als de opzegging door de verhuurder van de huurovereenkomst op de voet van art. 39 Fw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht."

Deze stelling is op zicht juist, maar in de praktijk (met een maximale opzegtermijn van drie maanden en gezien de enorme tijdsdruk waaronder de doorstart doorgaans moet worden afgerond) niet haalbaar. De curator zal immers binnen drie maanden over een vonnis moeten beschikken waarin misbruik van bevoegdheid door de verhuurder door de rechter is vastgesteld, waarbij ook geldt dat onder de huidige rechtspraak het afdwingen van een indeplaatsstelling met gebruikmaking van het argument dat de verhuurder misbruik maakt van bevoegdheid niet heel kansrijk is. Een aardige theoretische stelling, maar in de praktijk nu lastig uitvoerbaar.

Geplaatst door Evert Baart op 27 maart 2019 om 15:15

Laatste nieuws









RetailTrends