Singapore: het Silicon Valley van food

Singapore neemt het voortouw bij biotechnologische ontwikkelingen en streeft Europa voorbij als het Silicon Valley van food.

Wat als kweekvlees de standaard wordt? Wat als boeren sla niet meer op het land telen, maar op de twaalfde etage van een wolkenkrabber? Het klinkt als een scifi-film, maar in Singapore is het realiteit. De kleine stadstaat neemt het voortouw bij biotechnologische ontwikkelingen en streeft Europa voorbij als het Silicon Valley van food.


Het is een zomerse avond in Singapore en je strijkt neer op een terras voor een hapje en een drankje. Als voorgerecht neem je salade, gemaakt van ingrediënten uit de vertical farm in de keuken. Voor het hoofdgerecht kies je een kipburger, maar voor de burger in kwestie is geen kip geslacht. En bij wijze van dessert spreekt de kaasplank je aan. Ook in de kaas – je raadt het al – is geen spoortje dierlijke melk te vinden.


Singapore verdiept zich in hightech alternatieven voor de traditionele voedselproductie. Daarmee moet het land minder afhankelijk worden van externe voedselbronnen. Geen onlogische redenering, nu boeren en telers wereldwijd kampen met klimaatveranderingen die de oogst in één klap kunnen wegvagen.



Ook de coronacrisis zet de voedselvoorraden van de Aziatische staat onder druk. De pandemie maakte de overheid van Singapore duidelijk hoe afhankelijk het land eigenlijk is van buitenlandse voedselbronnen.


De stadstaat importeerde in bijvoorbeeld 2019 eten uit 170 landen en regio’s. In 2004 waren dat er nog 140. Tijdens de pandemie stelden sommige bronlanden een exportverbod in van bepaalde voedingswaren om aan hun eigen behoeften te kunnen voldoen, of gingen in lockdown. 


Foodstartups
De Singaporese regering presenteerde al in 2019 de doelstelling '30 in 30'. In 2030 moet dertig procent van de voedselbehoefte van de stadstaat lokaal geproduceerd zijn. Momenteel is dit nog tien procent.


De overheid heeft in totaal 96 miljard Singaporese dollar (61 miljard euro) vrijgemaakt om een infrastructuur neer te zetten die deze uitdaging op het vlak van voeding en gezondheid moet ondersteunen. Het geld wordt onder meer gebruikt voor de realisatie van een hub voor voedselveiligheid, waar onderzoekers kijken naar de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen.


De afgelopen twee jaar zijn er vijftien alternatieve eiwitbedrijven gestart in het land. Om die groei te stimuleren biedt Nanyang Technological University vanaf september dit jaar studenten de kans meer te leren over de bedrijfsmatige productie van alternatieve eiwitten. 

 

Singapore kent in totaal meer dan tweehonderd foodstartups. Die beginnende bedrijven zijn het best onder te verdelen in drie categorieën.


Allereerst is er stadslandbouw – denk aan vertical farming (waarbij gewassen niet op een horizontaal stuk land groeien, maar de lucht in gaan door middel van gestapelde kweeklagen) en hightech indoor boerderijen (overdekte boerderijen).


Ten tweede zijn er startups die zich richten op alternatieven voor proteïnen, zoals vleesvervangers of kweekvlees. Tot slot zijn er organisaties die zich buigen over de viskwekerijen en hoe digitale oplossingen en het internet-of-things (IoT) hier een rol kunnen spelen.


In 2019 telde Singapore 77 boerderijen die bladgroenten telen, waarvan 27 urban farms – ofwel landbouwbedrijven in een stedelijke omgeving. Deze stedelijke boerderijen zijn niet per se binnen, maar bevinden zich ook op bijvoorbeeld een dakterras of op een binnenplaats.


De stadsboerderijen van Singapore zijn in totaal goed voor het leveren van zo’n vijftien procent (1,9 ton) van de totale hoeveelheid bladgroente (ruim 12,5 ton per jaar) die lokaal gekweekt wordt. Doordat boerderijen overdekt zijn, zijn de gewassen beter bestand tegen wisselende weersomstandigheden. Wie bovendien gebruikmaakt van slimme innovaties kan volgens experts met stadslandbouw de opbrengst per hectare zo’n tien tot vijftien keer verhogen in vergelijking met traditionele landbouw.


Daar weten ze bij Archisen alles van. Het foodtechbedrijf ontwerpt, bouwt en exploiteert agritechnische oplossingen voor in de stad. Denk daarbij aan vertical farming en speciaal ontworpen kassen voor restaurants, zodat chef-koks voor een salade vers geteelde sla uit eigen kas kunnen plukken.


De organisatie is in 2015 opgericht door Sven Yeo en Vincent Wei. Archisen is volgens hen een van de best renderende indoor farms van de stad, met een verwachte opbrengst van maximaal honderd ton groenten per jaar. Uiteindelijk wil het bedrijf het grootste netwerk van urban farms in Azië neerzetten.


Plantaardig vlees
Het bedrijf maakt gebruik van ‘controlled-environment agriculture’ om zo elk aspect van het klimaat van een overdekte boerderij te beheersen, van temperatuur en vochtigheid, tot lichtintensiteit en de samenstelling van de lucht. Het resultaat is een product dat honderd procent lokaal verbouwd is en waaraan geen pesticiden, conserveermiddelen of genetische modificatie te pas komen.


Daardoor zijn de groenten verser, veiliger en beter dan geïmporteerde alternatieven, aldus Archisen.


TurtleTree Labs is het eerste techbedrijf ter wereld dat biotechnologie gebruikt om volle melk te maken van kweekcellen

Wat betreft alternatieve opties voor proteïnen focust Singapore zich momenteel met name op plantaardige vleesvervangers. Daar is nog een wereld te winnen. Uit statistieken blijkt dat inwoners van de stadstaat in 2019 bijvoorbeeld zo’n 34 kilo kip aten. Gezamenlijk waren alle kipeters goed voor een verbruik van 174 duizend kilo kippenvlees.


Indien een kwart van deze vleeseters overstapt naar alternatieve proteïnen verwacht het land een stijging van 17 duizend kilo aan plantaardige eiwitten. Indien deze switch ook bij alle andere dieren gemaakt wordt, groeit de markt voor plantaardige vleesvervangers naar 6,9 miljoen Singaporese dollar.


Kippendijen op basis van soja
Een van die startups op het vlak van alternatieve proteïnen is Next Gen. Het bedrijf bestaat sinds maart dit jaar en maakt op soja gebaseerde kippendijen. In februari wist de startup met een investeringsronde dertien miljoen Singaporese dollar op te halen.

Inmiddels staan de kippendijen van de startup bij meer dan 45 lokale restaurants op de kaart. Het bedrijf opende onlangs ook restaurants in Hongkong, Macao en Kuala Lumpur en voor volgend jaar staat de uitrol naar de Verenigde Staten op de agenda. 
 

Melk uit het lab
Voor alternatieve proteïnen kijkt Singapore ook naar een oplossing voor melkproducten. TurtleTree Labs is hiervan een goed voorbeeld.


Het is het eerste techbedrijf ter wereld dat biotechnologie gebruikt om echte, volle melk te maken van kweekcellen. De melk is drinkbaar en gezond en kan gemaakt worden van veel minder grondstoffen dan de melk van een traditioneel melkveebedrijf. TurtleTree Labs streeft ernaar om uiteindelijk dertig procent van de Singaporese voedselindustrie te voorzien van labgekweekte melk, zodat daar onder meer boter en kaas van gemaakt kan worden.


Naast groente en vlees zoekt Singapore een duurzame en efficiënte oplossing voor vis. Voor de kust van het kleine land werkt het daarom onder meer met zogeheten fish farms, zoals Singapore Aquaculture Technologies (SAT).


De op soja gebaseerde kippendijen van Next Gen staan bij meer dan 45 restaurants op de kaart 

 

In een drijvende kwekerij van drieduizend vierkante meter groot kweekt het bedrijf onder geconditioneerde omstandigheden barramundi en rode snapper. “Traditionele viskwekerijen zijn blootgesteld aan de elementen van het water”, legt cto Michael Voigtmann uit. “In moderne kwekerijen heb je hier vat op.”


Daarom werkt SAT met hightech tanks waarin het bedrijf de precieze controle heeft over bijvoorbeeld de hoeveelheid zuurstof in het water, het afval dat geproduceerd wordt en de voeding van de vissen. Om grip op al deze elementen te behouden zetten deze hightech kwekerijen het internet-of-things in.

Sensoren en andere hardware in de tanks registreren en analyseren het gedrag en de honger van de vissen. Het gevolg: een hogere en kwalitatief betere visopbrengst. Die controle en technologische snufjes zijn wat SAT betreft cruciaal om de voedselzekerheid in de toekomst veilig te stellen. 


Uitdagingen
Singapore heeft echter nog wat obstakels te overwinnen, wil het zijn ambitie voor 2030 realiseren. Mede door de coronacrisis zijn consumenten enerzijds bereidwilliger dan voorheen om voedsel te kopen dat dicht bij huis geproduceerd is.


Tegelijkertijd ligt de prijs van deze lokale producten twee tot vijf procent hoger dan van geïmporteerde groenten uit bijvoorbeeld Thailand of Indonesië. De consument is niet bereid om dat uit te geven voor groente dat dicht bij huis is geteeld, concluderen onderzoekers in het rapport The FoodTech Industry Landscape in Singapore, dat de Nederlandse overheid opstelde in samenwerking met onderzoeksbureau Ravenry.


Het nieuwe productlogo ‘SG Fresh Produce moet lokale producten promoten en de drempel tot aankoop verlagen. Daarnaast moet meer reclame de consument de voordelen van lokale teelt laten zien.


Nadelen
Er zit ook een financieel kaartje aan de innovaties. Het bouwen van een urban farm is namelijk verre van goedkoop. Uit onderzoek van AgFunderNews blijkt dat het neerzetten van een boerderij in de stad drie tot vijf keer duurder is dan de traditionele variant.

Voor stadslandbouw is meer kunstlicht nodig, wat leidt tot een hogere energierekening. De machines die bij stedelijke landbouw ingezet worden verhogen bovendien het gebruik van fossiele brandstoffen als gas en ruwe olie. Vertical farms zouden tot slot een hogere uitstoot hebben dan normale kassen.


Wil Singapore deze alternatieve manieren van voedsel produceren doorzetten, dan moet het hier kritisch naar kijken en ook hier duurzame oplossingen voor vinden, aldus de onderzoekers. 


Naast de oplossingen zal er in de wet- en regelgeving het een en ander moeten worden aangepast. In de Food Regulations Act staat bijvoorbeeld dat ‘vlees’ een eetbaar onderdeel is van een karkas van een dier of vogel dat gezond was op het moment van slachten.


Kweekvlees wordt daardoor nog niet als vlees erkend. Ook in Nederland zijn er initiatieven die de voedselindustrie moeten verduurzamen. Denk aan de producten van de Vegetarische Slager, de vleesvervangers van Beyond Meat of retailconcepten als Vegan Junk Food Bar.


Er komt echter nog nauwelijks stadslandbouw of vlees op basis van cellen aan te pas. Dat heeft een reden, vertelt Ira van Eelen. Van Eelen is de dochter van een van de grondleggers van kweekvlees in Nederland en is adviseur bij Just: een Amerikaans bedrijf dat plantaardige alternatieven voor eierproducten verkoopt.


Just-ceo Josh Tetrick en Van Eelen probeerden in 2017 kweekvlees in Nederland te introduceren. “De Nederlandse overheid heeft er echter niet op gereageerd zoals ik zou willen”, aldus Van Eelen. De regering ziet kweekvlees als een ‘novel food’: een nieuw voedingsmiddel dat niet eerder binnen de Europese Unie als voedingsmiddel werd verkocht.
 

Het moet daarom eerst op allerlei aspecten getest worden en dat remt de productie en het gebruik ervan. (Zie ook kader Europese novel foodregeling, red.) Wat in Nederland niet lukte, kreeg Just eind 2020 in Singapore wel voor elkaar. Het techbedrijf heeft kippenvlees gemaakt van stamcellen uit een kippenveer en die in een speciale bioreactor opgekweekt.


De Singaporese overheid heeft het kweekvlees goedgekeurd en er zijn al restaurants die het vlees op de kaart hebben staan. “Singapore gaat gedegen en proactief te werk”, zegt Van Eelen. “Maar vergis je niet: het hele proces om toestemming voor productie te krijgen en het vlees te verkopen heeft meer dan twee jaar geduurd.”


Ondanks die lange looptijd zou Europa daar iets van kunnen leren. “Hier leunen we meer achterover. Je kunt als organisatie een dossier voor een plan of product indienen bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Zolang je dat niet doet, gebeurt er niets.”


Nederland
Wanneer kweekvlees naar Europa komt, weet Van Eelen dan ook niet. “Op dit moment is er in Nederland nog geen dossier ingediend. In Amerika en zelfs in Qatar is dat op het ogenblik beter geregeld.” Wereldwijd zijn er zo’n 95 bedrijven die kweekvlees aan het maken zijn of misschien al in productie willen nemen. “Zij gaan waarschijnlijk eerder een dossier indienen in Singapore dan in Europa.” 


Raakt Nederland achterop in deze technologische ontwikkeling? Van Eelen denkt het niet. Ze ziet hier een aantal interessante kweekvleesbedrijven, zoals Mosa Meat of Meatable. Het is volgens haar wel zaak om niet in een politiek bureaucratisch systeem terecht te komen. “Onze wetgeving moet ons beschermen tegen een heleboel dingen, niet een gevaar voor ons worden.”


Op het moment dat kweekvleesbedrijven privaat gefinancierd zijn, kan Europa bovendien niet meer van hun technieken gebruikmaken, legt Van Eelen uit. “Dus we zullen zelf moeten ontwikkelen of de portemonnee moeten trekken.”


En dat is zonde, meent de adviseur. Want veel van de beschikbare technieken voor de productie van kweekvlees bieden een oplossing voor de problemen die ook in Europa spelen. Denk aan de stikstofcrisis, onze klimaatproblemen en het verkleinen van de veestapel.


“In Singapore is de urgentie duidelijk en heerst het gevoel van ‘we moeten dit doen’. Europa kampt met arrogantie, wacht af en verwacht dat de trend vanzelf zijn kant op komt. Zo kijk ik ertegenaan, maar ik hoop heel erg dat ik ongelijk heb.” 
 

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.

Altijd op de hoogte van de laatste trends in de retailsector.

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrieven van RetailTrends.

Je bent toegevoegd aan onze mailinglijst!