Die hipsters vervelen zich te pletter

Door Hans Verstraaten (columnist)
Bron: RetailTrends 10

Het begon met de Pindakaaswinkel, eerst in Amsterdam, toen ook in Rotterdam. Nee hoor, geen gewone pindakaas, maar Luxe Pindakaas, te weten, en ik doe maar even een greep: ‘Zelfgemaakt met veel liefde. Zoutarm. Vrij van palmolie. Altijd minimaal tien verschillende smaken. Gezond: onze basis bestaat alleen uit pinda's en kokosolie. Goed voor spieropbouw en/of afvallen.’

Nu is er, eveneens in Amsterdam, de Hagelswag Brand Store, waar enkel en alleen hagelslag wordt verkocht (‘Brand Store’ lijkt me overigens een wat pompeuze titel voor een winkeltje van twaalf vierkante meter, maar goed). Uiteraard hagelslag van ‘pure chocolade’, maar ‘de fijnproevers kunnen ook genieten van de combinaties kokos-banaan, noten-rood fruit of appel-karamel.’

Hoe verzin je het.

Ik ga er blind van uit dat dit soort winkeltjes verzonnen wordt door zich te pletter vervelende Randstedelijke hipsters met als vaste klanten zich eveneens te pletter vervelende Randstedelijke hipsters. En ik ben ze allemaal zo zat, die zogenaamd oh-zo ludieke en oh-zo unieke winkelconcepten. Maar ja, als ik over die concepten lees dan krijg ik, voorzien van wat rode vlekken en een waas voor ogen, ineens toch zo’n zin om ook een winkeltje te beginnen.

Bijvoorbeeld een winkeltje waar ze enkel en alleen Bifi-worstjes verkopen. Voor menig man, meer in het bijzonder menig gewone man, is een Bifi-worstje een hidden pleasure, zoals we dat in de Betuwe noemen. Er is niets maar dan ook niets gezonds aan zo’n worstje, zelfs de verpakking is ontzettend vies, en geloof me: je wilt echt niet weten wat erin zit. Maar lekker, lékker! Ja, een Bifi-winkeltje, meer dan zes vierkante meter heb je niet nodig: een kassa en verder overal Bifi’s, van mini-Bifi’s tot XXL-Bifi’s. En niet in de Randstad, hè. Ik wou eens beginnen in ons eigen Tiel, de meest provinciale provinciestad van Nederland, waar (komt dat mooi uit, zeg) een op de drie winkels in de binnenstad leegstaat, dus opties genoeg voor de eerste Nederlandse Bifi-winkel.  

En bijvoorbeeld: de Frikandellenwinkel. Frikandellen worden gegeten door a) pubers, die zich er allerminst voor schamen, en b) door mannen, van loodgieters tot hoogleraren quantummechanica, die er zich verschrikkelijk voor schamen en dan ook zeer heimelijk, snel en schichtig om zich heen kijkend, een frikandel trekken bij de Febo. Nou, in de Frikandellenwinkel hoef je je niet te schamen; je bent hier immers onder en met soortgenoten. De winkel heeft afgebladderde muren, stinkt naar goedkoop vet en her en der liggen klodders mayonaise en ketchup op de vloer, met tussendoor wat vergane uitjes. De bediening (een morsige, norse man met drie onderkinnen en hele bossen neus- en oorharen) vraagt, niet bepaald vriendelijk en wel erg overbodig: ‘Wat mot je?’ 
‘Een frikandel, graag.’ 
En hij gooit er weer eentje in het vet.

Smullen maar, mensen, meer in het bijzonder: mannen! Ja, wat een – kom, wat is dat woord ook alweer – oh ja: wat een beléving, die Frikandellenwinkel.

Waarom vrouwen harembroeken dragen, ik heb echt geen idee. Kennelijk is dat hun idee van een hidden pleasure, die dan merkwaardig genoeg juist níet verborgen wordt. Het doet menige man zich wanhopig afvragen, vooral als het je partner betreft: waarom in godsnaam, waaróm? Nou, voor jullie harembroekvrouwen: de Harembroeken Boutique. Alleen maar harembroeken, de ene nog lelijker en vormlozer dan de andere, in de meest uitzinnige kleuren - van gifgroen tot eigeel - en alles onder de vijf euro, hè. De verkoopster is een gezellig, geblondeerd dikkerdje van in de vijftig met eeuwig een sigaretje in haar mond en doorgaans natuurlijk voorzien van een harembroek, maar af en toe ook in een gezellige, strakke, roze legging. De eerste Harembroeken Boutique wordt geopend in het altijd zo bruisende centrum van Winschoten. Daarna volgen Doetinchem, Geldermalsen en, uiteraard, Wolphaartsdijk.

Ik denk ook nog aan de Ouderwetse Chipswinkel, een statement vanuit de provincie tegen die biologische, organische appel- en bananenchips in een oh-zo duurzame verpakking, uitgevonden door – het zal weer eens niet – zo’n Randstedelijke hipster. In de Ouderwetse Chipswinkel zijn de chips van Smith's weer verkrijgbaar, inclusief, jawel, de Flippo’s én met zo’n fijn zakje zout erin! De strijd, de oorlog is begonnen: wij uit de provincie tegen hullie hipsters uit de Randstad. En zoals we bij dit soort gelegenheden in Tiel zeggen: Ave Flipje, morituri te salutant. 

Reacties

HAHA, geweldig.
Tja, ik ben wel voor specialisatie en superspecialisatie, maar dít is niet meer dan een uit de hand gelopen hobby. Inderdaad, hoe verzin je het! Het probleem met al dit soort 'innovaties' in de Retail dat het weer sprekers oplevert op retailcongressen, waarvan je daarna nooit meer iets van hen hoort.

Geplaatst door Reinder Koornstra op 1 november 2017 om 11:56

Lees ook: