Hoe retailers zich voorbereiden op de anderhalvemetereconomie

Het economisch leven weer opstarten, maar toch op anderhalve meter afstand van elkaar blijven. Dat lijkt de nieuwe realiteit te worden als de beperkende maatregelen straks weer wat versoepeld worden. Yoghurt Barn, Bristol en Dille & Kamille over hoe zij deze anderhalvemetereconomie voor zich zien.

Het economisch leven weer opstarten, maar toch op anderhalve meter afstand van elkaar blijven. Dat lijkt de nieuwe realiteit te worden als de beperkende maatregelen straks weer wat versoepeld worden. Yoghurt Barn, Bristol en Dille & Kamille over hoe zij deze anderhalvemetereconomie voor zich zien.

Veel dingen zijn onzeker in deze tijd. Maar één ding staat als een paal boven water: de Woord van het Jaar-verkiezingen van Van Dale en Onze Taal worden ongemeen spannend. Coronacrisis lijkt een goede kanshebber, evenals andere afgeleiden van het virus dat de wereld in de greep houdt, zoals coronamaatregel en coronahoester. Er is nog een nieuwe term die zich in de strijd mengt: anderhalvemetereconomie. Wat de exacte definitie daarvan moet zijn, is in de handen van de woordkunstenaars van Van Dale en Onze Taal. Een suggestie: ‘Een situatie waarbij, ondanks het rondwaren van een levensbedreigend virus, economische activiteit kan plaatsvinden, op een zodanige wijze dat tegelijkertijd de verspreiding van het virus zoveel mogelijk wordt beperkt’.

Terwijl we nog middenin de ‘intelligente lockdown’ zitten, wordt achter de schermen hard gewerkt aan zo'n economie. Want de beperkingen zullen op 28 april, als het huidige maatregelenpakket formeel afloopt, niet in één klap over zijn. Sterker nog: de samenleving en economie zullen er waarschijnlijk nog maanden anders uitzien. Het ‘nieuwe normaal’, noemde premier Mark Rutte het afgelopen dinsdagavond tijdens een persconferentie. “Denk na over wat we nu al beginnen te ervaren als de anderhalvemetersamenleving”, riep hij bedrijven en instellingen op. “Stel dat we na 28 april iets kunnen afschalen, hoe ziet dat er dan uit in jouw bedrijf? In jouw bioscoop? In jouw theater?”

Tafels weg, dat gaat niet zomaar
Yoghurt Barn is daar al volop mee bezig. Zoals de voormalige RetailRookie er half maart vroeg bij was met het sluiten van al zijn vestigingen, al enkele uren vóórdat de overheid daartoe verplichtte, is de keten nu al concreet bezig met de periode na heropening. Dat er straks een anderhalvemetereconomie ontstaat is volgens eigenaar Wouter Staal een reëel scenario, al plaatst hij nog wel wat vraagtekens. Want in hoeverre kan horeca op anderhalve meter afstand opereren? “Wij zijn vorig jaar op al onze binnenstedelijke locaties overgegaan van counter- naar tafelbediening en zetten sindsdien meer in op interactie met de gast, de connectie aangaan, oprecht advies geven. Dat is onmogelijk op anderhalve meter afstand.” En ook het ‘even’ weghalen van wat tafels om meer ruimte te creëren is niet zo makkelijk als het lijkt. “Op basis van de huur die we betalen en investeringen die we doen moet een bepaalde omzet gehaald worden. Daarvoor is een bepaald aantal stoelen nodig waar een zekere rotatie en productiviteit bij horen. Dat zijn de graadmeters waarop we leven en die zijn flinterdun. Zit je daar net onder, dan is het al moeilijk om winst te draaien aan het einde van de maand.”

Yoghurt Barn heeft al een aantal troeven achter de hand om deels bij te sturen na heropening. De eerste ligt voor de hand: prijzen verhogen. “Dat gaat iedereen die overleeft in horeca doen”, is Staal overtuigd. “Dat kan niet anders.” Daarnaast moet de bonwaarde omhoog. “We kijken hoe we ons menu zo kunnen insteken dat je klanten makkelijker de keuze laat maken om iets meer te besteden. En we moeten het personeel daar ook op trainen, zodat je meer rendement haalt uit je gast.” En zo kijkt Staal voorlopig naar alle onderdelen van de formule: iedere euro investering moet het maximale rendement opleveren. Dat betekent dat alle nice to haves – extraatjes die niet bijdragen aan het resultaat - per direct worden geschrapt. Kaarsen, kranten en bloemetjes op tafel vinden gasten van Yoghurt Barn straks niet meer terug. “Dat bespaart ons 35 duizend euro op jaarbasis.” 

Kernwaarden in het geding
Staal hoopt vooral dat de anderhalvemetereconomie zo kort mogelijk hoeft te duren. “De horeca is er niet voor gemaakt. We moeten echt het wiel opnieuw gaan uitvinden.” En niet alleen als ondernemer. Een deel ligt ook bij de gast. “Denk aan een student of zzp’er, die een hele dag op één kop koffie een tafeltje bezet houdt. Dat was al heel duur, nu kan het gewoon niet meer.” Moet je die mensen dan weren? De wifi uitschakelen? Staal is inmiddels zover dat alle scenario’s denkbaar zijn. “Dan ga je wel tornen aan je kernwaarden. Je wilt iedereen in zijn dagelijkse routine een rustmoment bieden.” Ondanks alle haken en ogen heeft Staal liever zo snel mogelijk een heropening binnen een anderhalvemeterrealiteit dan nog langere sluiting. Hoewel de huidige maatregelen tot 28 april lopen, gaat hij uit van 1 juni. “Als dit nog langer duurt, of zelfs áls we straks open mogen met hele strenge beperkende maatregelen, zijn er wel fikse extra hulplijnen vanuit de overheid nodig wil er volgend jaar nog horeca bestaan. Zo drastisch is het.”

In tegenstelling tot een horecaconcept als Yoghurt Barn is het voor winkels niet tot een verplichte sluiting gekomen in Nederland. Diverse ketens deden de deuren wel op eigen initiatief op slot. Inmiddels halen retailers de deur weer mondjesmaat van het slot af, uiteraard met de nodige voorzorgsmaatregelen. VanHaren heeft vrijwel al zijn winkels weer geopend, evenals Suitsupply. Bever heeft twaalf filialen weer open gedaan. Ook schoenen- en kledingketen Bristol heropent deels: 57 van de 108 Nederlandse filialen zijn weer toegankelijk. De term anderhalvemetereconomie is op het hoofdkantoor in het Vlaamse Beringen nog geen gemeengoed, lacht ceo Elise Vanaudenhove. Al is die term volgens haar wel treffend gekozen. “Je hervat het leven, maar wel in het volle verstand dat je afstand moet houden van mensen in je buurt. Onze personal space is ineens veel groter geworden.”

Bristol deed zijn vestigingen op 20 maart op slot. In België werd de retailer daartoe verplicht door de overheid, in Nederland niet. Onder druk van het eigen personeel en de publieke opinie kwam het toch tot een algehele sluiting, vertelt Vanaudenhove. “Medewerkers waren bang en we konden hun veiligheid niet garanderen.” In de loop van de afgelopen weken zag de ceo van het familiebedrijf de situatie veranderen. Mensen raken steeds meer gewend aan het houden van afstand. “Waarom zijn we eigenlijk nog dicht, vroeg ik me in de loop van vorige week af. We moeten gewoon weer open, maar anders gaan werken.” Toen ze zag dat bij concurrent vanHaren inmiddels hetzelfde idee was gerezen, gingen ook bij Bristol de deuren weer open. In eerste instantie vestigingen in de periferie, om geen toestroom naar drukke stadscentra te stimuleren. Ook zijn gebieden die als infectiehaarden van het coronavirus bekendstaan voorlopig gemeden. 

Hele gezinnen voor de deur
Bij de heropeningen zijn uiteraard de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen. Denk aan kuchschermen bij de kassa, markeringen op de vloer en een beperking van het aantal mensen per winkel. Nu is het de vraag hoelang klanten de scherpte behouden om zich aan alle beperkingen te houden. “Daar moeten we ze wel een beetje bij helpen”, verwacht Vanaudenhove. Ze ziet het ook onder haar eigen personeel in het distributiecentrum. “Ook daar doen we uiteraard aan social distancing en dus kunnen we maar een beperkt aantal mensen inzetten. Dat gaat allemaal goed, totdat er een ploegenwissel is. Dan moet je er echt tussen springen om ze uit elkaar te houden. Mensen vergeten het af en toe.” En dat zal bij klanten niet anders zijn, verwacht ze. Personeel is geïnstrueerd om hen keer op keer op de nieuwe realiteit te wijzen. “En dan zal het, als dit diep genoeg zit, ook weer een hele periode duren voor we dit weer afleren. Ik ben al zover dat als ik thuiskom, ik mijn man en dochter uit automatisme ook ontwijk.”

Bristol is nog maar net deels heropend, maar de eerste indruk is dat het goed verloopt. Vanaudenhove vreesde een beetje voor het scenario dat er geen klant te zien zou zijn, maar dat is niet het geval. “Ze komen wel mondjesmaat en daardoor lukt het goed de veiligheidsmaatregelen te volgen.” Ook is een enquête onder het personeel gedaan. Iedereen staat er inmiddels achter om weer aan de slag te gaan. De komende weken wordt gekeken hoe het loopt en dan hoopt Vanaudenhove stapsgewijs alle vestigingen weer te openen, binnen de komende drie weken. Maar pas als het bij de huidige winkels goed gaat. Want hoeveel maatregelen je ook treft, je vergeet altijd wel iets. “Zo hoorden we van een van onze winkels waar hele gezinnen voor de deur stonden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus hebben we aan de maatregelen toegevoegd dat er maximaal twee mensen per gezin naar binnen mogen. Zo verwachten we de komende dagen heel veel te leren en op basis daarvan bij te sturen.” 

Ook Dille & Kamille zet inmiddels zijn eerste stappen in de anderhalvemetereconomie. Na een periode van drie weken waarin alle winkels gesloten waren is de retailer nu op vijf locaties weer geopend. Algemeen directeur Hans Geels rekent erop dat de rest van de winkels gefaseerd weer open kunnen, met de bedoeling dat ze eind volgende week allemaal weer draaien. Business as usual zit er voorlopig niet in. “We houden rekening met enorme omzetdalingen”, zegt Geels. “Wij moeten het echt hebben van binnensteden, en daar is momenteel niet zo veel te doen.”

Van sfeer en service naar zelfscankassa's
Dille & Kamille wil zeker weten dat iedereen zich vrij kan bewegen in zijn winkels, zonder dat de anderhalve meter in het gedrang komt. Daarom houdt de retailer een ruime richtlijn van één klant per 25 vierkante meter aan. “De anderhalvemetereconomie betekent voor ons echt omdenken”, zegt Geels. De formule, gewend aan drukke winkels en veel persoonlijk contact met klanten, is nog aan het ontdekken wat de nieuwe situatie allemaal gaat betekenen. Zo denkt de keten die volgens Geels vooral ‘sfeer en service’ verkoopt ineens na over zelfscankassa’s. Ook hoopt hij dat klanten een beetje meewerken. Normaal wordt het pas vanaf een uur of een ’s middags druk in de winkels, nu hoopt de directeur op wat meer verspreiding over de dag. “We zullen onszelf opnieuw moeten uitvinden en dat gaan we ook zeker doen, maar het is niet iets waar we vrolijk van worden.”

Dat Rutte al spreekt over ‘het nieuwe normaal’ baart Geels zorgen. “Voor ons bedrijf zou het heel slecht zijn als deze situatie lang zou blijven.” Winkelsluitingen verwacht hij niet, aan inkrimping van het personeelsbestand denkt hij niet te ontkomen. Hij rekent op nog wat meer overheidssteun dan er nu is. Want voor de loonkosten mag dan een regeling zijn, de huren blijven een heet hangijzer. “Dat gaan de marktpartijen nooit met elkaar oplossen. Als we dit met elkaar als samenleving moeten doen, hoop ik ook dat de overheid retailbedrijven die zeer gezond waren erdoorheen helpt.” Want iedere retailer die geen supermarkt, bouwmarkt of drogisterij heeft zit nu in moeilijkheden, weet Geels. “Ik kan me niet voorstellen dat we straks teruggaan naar een wereld zonder retaillandschap, waarin alles naar online verschuift. Dan hebben in mijn ogen, gelet op de opdrachten die we nog te vervullen hebben met betrekking tot de aarde, niet de juiste partijen gewonnen.”

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.

Meest gelezen