Meer dan duizend textielfabrieken in Bangladesh waar kleding voor onder meer Nederlandse retailers wordt gemaakt zijn nog steeds onveilig. Dat concluderen inspecteurs van The Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh na onderzoek in 1050 fabrieken.

In 26 fabrieken was de situatie zo gevaarlijk dat die direct moesten worden ontruimd, zegt een woordvoerder van de organisatie tegen de NOS. Dertien van deze fabrieken zijn nog steeds gesloten omdat eerst de vloeren moeten worden ontlast en met pilaren worden versterkt.

Of Nederlandse retailers kleding in deze fabrieken laten maken is onduidelijk. De namen van de fabrieken worden niet bekendgemaakt en veel retailers willen niet zeggen met welke fabriek zij werken. Van twintig retailers laten alleen Vingino, G-Star, The Sting en Prénatal de NOS desgevraagd weten met welke fabrieken zij zaken doen. Onder meer C&A, V&D en Coolcat willen uit concurrentieoverwegingen niet reageren.

Het Bangladesh-akkoord is opgesteld na de ramp in de Rana Plaza-fabriek in 2013. Toen kwamen meer dan duizend textielarbeiders om het leven. In dit bindende contract staan afspraken over veiligheid in de textielfabrieken. Internationale en Bengaalse vakbonden, ngo’s en 184 fashionlabels zetten er hun handtekening onder. Uit Nederland deden onder meer Coolcat, de Bijenkorf, HEMA en Zeeman dat.