Bij kledingketen C&A zijn alle orders met een leveringsdatum in april, mei en juni opgeschort. Dat is te lezen in een brief die in handen is van De Financiële Telegraaf. Het betreft vooral orders van leveranciers in Azië. 

Sinds de uitbraak van het coronavirus verkeert de retailer in zwaar weer. Het modeconcern vraagt de Aziatische kledingfabrikanten daarnaast om de orders van toeleveranciers voorlopig on hold te zetten. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn er ook signalen dat C&A niet wil betalen voor de kleding die al klaar was om geleverd te worden. Daardoor zouden de banen van ruim een miljoen textielwerkers in Azië (onder meer in Bangladesh en Cambodja) op de tocht staan. De modeketen heeft ruim vijftienhonderd winkels, onder meer in Europa en Azië.

Westerse kledingmerken eisen korting
Daarnaast eisen westerse kledingmerken korting van kledingproducenten in Bangladesh. Zij willen vijftig procent korting op bestellingen die zij niet meer kunnen annuleren, meldden Bengaalse producenten vorige week aan persbureau Reuters. Volgens fabriekseigenaren is voor bijna drie miljard euro aan bestellingen geannuleerd. De Bengaalse regering zou geprobeerd hebben het probleem via diplomatie bij de thuislanden van de kledingmerken aan te kaarten en veel geld hebben uitgegeven om aan (veiligheids)regels te voldoen. 

"En de kledingmerken blijven zoeken naar manieren om onder hun contracten uit te komen, waaronder de poging om slechts de helft te hoeven betalen", vertelt Rubana Huq, president van de Bangladesh Vereniging van Kledingfabrikanten en Exporteurs, aan het persbureau. Alleen met H&M lukte het volgens Huq om goede afspraken te maken.