Verschillende grote winkelketens verplichten hun werknemers om tijdens de lockdown minder te werken en die uren later onbetaald in te halen. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag en De Groene Amsterdammer. Dit terwijl de ketens tijdens de lockdown miljoenen aan subsidie ontvangen om hun personeel in dienst te houden. 

Zo kreeg Jolanda van haar werkgever Wibra een mail waarin stond dat het personeel 35 procent van zijn uren moest inleveren. Die uren zouden ze moeten inhalen zodra de winkels weer opengaan, zonder daarvoor betaald te krijgen – terwijl de uren voor een groot deel al betaald zijn door de belastingbetaler via de NOW-regeling. 

Wibra beroept zich in een reactie op EenVandaag op de cao van de sector Winkelstraat. Volgens die cao is er sprake van contracten met een gemiddelde arbeidstijd, waarvan 35 procent kan worden afgeweken. De min- en plusuren moeten aan het einde van het jaar weer in balans zijn. 

Volgens arbeidsrechtjurist Pascal Besselink van DAS Rechtsbijstand ‘kun je je afvragen of die cao voor deze situatie geschreven is’. “Als iemand zonder zijn of haar eigen schuld de uren niet kan maken die hij of zij wel wil maken, en deze na maanden moet inhalen, kan je je afvragen of het redelijk is”, aldus Besselink. “Uitgangspunt in de wet is dat je recht hebt op loon, ook als je niet werkt, tenzij niet werken jouw schuld is." 

Ook vakbond FNV ontvangt tientallen klachten van werknemers die gedwongen worden hun ‘minuren’ in te halen, onder meer van personeel van Wibra, Blokker, Bristol, HEMA-franchisers en Intratuin. De vakbond vindt dat de politiek moet ingrijpen en onderzoekt of de situatie juridisch wel door de beugel kan. "Maar het liefst komen we er natuurlijk uit met een goed gesprek."