Herenmodezaak Ogér moet gegevens van leden van zijn businessclub delen met de Belastingdienst. Dat heeft de rechtbank Noord-Holland bepaald in een kort geding.
De businessclub biedt ondernemers onder meer shoptegoed en toegang tot besloten evenementen, zoals diners, borrels, sporttoernooien, wijnproeverijen en reizen. Volgens de Belastingdienst bestaat het risico dat uitgaven met een privékarakter via het lidmaatschap worden 'omgekat' tot zakelijke kosten. De aankoop van kleding is volgens de fiscus maar zelden zakelijk aftrekbaar.
Ogér weigerde informatie over individuele leden te verstrekken, maar de rechter vindt dat de Belastingdienst deze gegevens wel mag opvragen. Het lidmaatschapsgeld wordt voor het grootste deel gebruikt als shoptegoed en zou zonder de mogelijkheid om de kosten zakelijk af te trekken volgens de rechtbank veel minder aantrekkelijk zijn.
Ogér moet de gevraagde ledeninformatie binnen 2 weken aanleveren, zodat de fiscus gericht kan onderzoeken of alsnog belasting moet worden geheven. Ogér heeft winkels in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.
Het FD meldde eerder dat de Belastingdienst meer businessclubs op de korrel heeft. Om welke bedrijven het gaat, is niet bekend. Mannenmodeketen OFM heeft ook een eigen businessclub. Ceo Arthur Feenstra wil inhoudelijk niet reageren.
Reacties 0