IKEA mag zich verzetten tegen politiek gebruik van zijn merk door Vlaams Belang. Dat heeft het Europees Hof van Justitie dinsdag bepaald in een zaak tussen de Zweedse meubelketen en de Belgische politieke partij.
De zaak draait om het zogenoemde 'IKEA-plan' van Vlaams Belang uit 2022, waarmee de partij haar plannen voor het Belgische asiel- en immigratiebeleid presenteerde. In de campagne werden zonder toestemming verschillende illustraties gebruikt die leken op IKEA-merken en figuren uit de montage-instructies. Inter IKEA Systems, de Nederlandse eigenaar van de IKEA-merken, stapte daarop naar de Belgische rechter.
Vlaams Belang stelde dat het merkgebruik onder de vrijheid van meningsuiting viel. Het Europese Hof benadrukt dat die vrijheid moet worden meegewogen, maar dat een beroep daarop alleen niet voldoende is. Wie een bekend merk zonder toestemming gebruikt, moet concreet onderbouwen waarom dat gebruik gerechtvaardigd is.
De nationale rechter moet vervolgens de belangen van de merkeigenaar afwegen tegen die van degene die het merk gebruikt. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de bijdrage aan het maatschappelijk debat, of de gebruiker te goeder trouw handelt en de vraag of de campagne de indruk wekt dat de merkeigenaar achter de boodschap staat. Ook de manier waarop en de schaal waarin het merk wordt gebruikt, spelen een rol.
In het geval van Vlaams Belang stelt het Hof dat het merkgebruik mogelijk aanzienlijke schade toebrengt aan de reputatie en belangen van Inter IKEA Systems. Als de merken alleen zijn gebruikt om mee te liften op de bekendheid van IKEA en zo de politieke boodschap meer bereik te geven, lijkt de vrijheid van meningsuiting volgens het Hof niet zwaarder te wegen.
Het Europese Hof doet daarmee nog geen definitieve uitspraak. De Belgische rechter moet de zaak verder beoordelen aan de hand van de uitleg van het Europese Hof.
Reacties 0