De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) is flink de fout in gegaan met het onderzoek naar kant-en-klaarmaaltijden. Dat stelt directeur Theo Roos van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), in een brief aan de VWA.

Volgens het onderzoek zou slechts twee procent van de kant-en-klaarmaaltijden in supermarkten voldoen aan de eisen die het Voedingscentrum en de Gezondheidsraad stellen aan de voedzaamheid van maaltijden. Het CBL struikelt onder meer over de gedateerdheid van het onderzoek: dat is namelijk gebaseerd op proeven uit maart en april 2005. “Verder wordt een verkeerde definitie van kant-en-klaarmaaltijden gehanteerd waardoor grote groepen producten zijn uitgesloten, bijvoorbeeld een stroom nieuwe diepvriesmaaltijden”, aldus Roos.

“Bovendien”, vervolgt hij, “waarom wil de VWA de voedingskwaliteit van kant-en-klaarmaaltijden onderzoeken? De doelstelling van de VWA is om te controleren of wordt voldaan aan de wet. Wat is de wettelijke achtergrond van de VWA om dit rapport met achterhaalde cijfers uit te brengen?”

Het CBL trekt een vergelijking met een eerdere misser van VWA, in een onderzoek naar de versheid van vis. “Mede in het licht van de binnenkort te verwachten openbaarheid van controlegegevens maken wij ons grote zorgen. Zulke grove misstanden kunnen, maar bovenal mogen niet worden gepubliceerd door een belangrijke autoriteit als de VWA”, besluit de CBL-directeur.

Hoofd voorlichting Miranda Boer gaat nog een stapje verder: “Als de VWA dit op deze manier blijft doen dan hebben wij er onze buik van vol. Het is het zoveelste slechte voorbeeld van naar buiten brengen van een slecht onderzoek waardoor de supermarktbranche in een volstrekt verkeerd daglicht wordt gesteld.”