Vakbonden en werkgevers in de detailhandel hebben afspraken gemaakt rondom de inzet van personeel tijdens de lockdown. De sluiting van niet-essentiële winkels zorgde voor verwarring onder werknemers, schrijft De Telegraaf.

Zo zet de ene winkelier zijn werknemers in om schoon te maken, bestellingen bij klanten te bezorgen of voor webcare, terwijl personeel van andere bedrijven verplicht naar huis wordt gestuurd. Niet elke werknemer ziet het zitten om nieuwe taken op zich te nemen, merken sommige vakbonden. “Slimme ondernemers bedenken nu iets creatiefs, zoals spullen rondbrengen of mensen een cursus geven. Maar er zijn wel grenzen aan wat je kunt vragen”, aldus Linda Vermeulen van FNV Handel. “Niet iedereen heeft zin om met een stofzuiger door de stad te rijden in de eigen auto. En het gaat hier om mensen die al maanden in de frontlinie zitten en hard hebben gewerkt.” 

Volgens Jacqueline Twerda van CNV Vakmensen zijn er ook ondernemers die ‘de grens over gaan’, bijvoorbeeld door werknemers te verplichten een paar weken vakantie op te nemen. “Dat mag niet zomaar. Als mensen iets anders moeten doen dan normaal staan ze daar echt wel voor open, maar nu zitten ze soms in een spagaat.”

Daarom hebben de vakbonden, uitgezonderd FNV, speciale afspraken gemaakt rondom de toepassing van de cao tijdens de lockdown. Daarin is onder meer vastgelegd dat werkgevers dit en afgelopen jaar maximaal twee vakantiedagen per jaar mogen verplichten. Daarnaast mogen werkgevers personeel alleen inzetten voor andere taken als dat ‘in redelijkheid’ van hen kan worden gevraagd, mogen vakantiedagen die al geboekt zijn niet meer teruggeboekt worden en krijgen medewerkers nog maar vijftig procent uitbetaald van hun min-uren (die ontstaan als de werkgever in een bepaalde periode niet genoeg werk heeft).