Op veel stoelen in de boardroom zitten mannen die daar eigenlijk niets te zoeken hebben. Het is een van de conclusies die Joris Luyendijk trekt in zijn – fel bekritiseerde – boek De 7 vinkjes. Veel bestuurders hebben zich nooit hoeven aanpassen en dat werkt in hun nadeel, stelt hij. Mensen die nu nog gelden als minderheden moeten een groter deel van de bestuurszetels gaan innemen.

 

Hard werken, durf en ambitie hebben me gebracht waar ik ben, dacht je. In Londen leerde je dat dit maar ten dele waar was. Hoe was dat?

“Confronterend. En pijnlijk, ja. Ergens wist ik wel dat het handig is om in het lichaam van een witte man verpakt te zitten. Maar geprivilegieerd, ik? Ik was een harde werker die zijn hele jeugd een krantenwijk had en die voetbalde en zeker niet hockeyde.


Maar mijn tijd bij The Guardian leerde me dat ik mede kon opklimmen doordat ik in Nederland de sociale codes begreep, de juiste opleiding had en mensen met invloed me een kans gaven. Ik had de wind enorm mee gehad.”

 

Joris Luyendijk doet in zijn boek De zeven vinkjes kenmerken uit de doeken die terugkomen bij een groot deel van de Nederlandse bestuurders, politici en topambtenaren. Zo tref je aan het roer...