​Waarom de franchisecode wordt uitgesteld

Het Vakcentrum heeft weliswaar veel positieve reacties gehad van franchisenemers op de nieuwe Nederlandse Franchise Code (NFC), maar franchisegevers zijn een stuk minder enthousiast. Er zijn zelfs zoveel kritische reacties binnengekomen bij de schrijvers van de code, dat er een aanvullende consultatieronde wordt gestart. Er is meer tijd nodig voor het proces dat een jaar terug al in gang werd gezet.

Destijds werden Kamervragen gesteld over misstanden tussen franchisenemers- en gevers. De lijst met retailers die door hun franchisenemers voor de rechter zijn gesleept is namelijk lang. Bart’s Retail is veelvuldig in conflict met zijn ondernemers, terwijl ook formules als Albert Heijn, DA, HEMA en Op=Op Voordeelshop de klappen van de zweep kennen.

Minister Henk Kamp ging met beide kampen in gesprek om tot een oplossing te komen. Daarbij werd tot teleurstelling van het Vakcentrum eerder dit jaar al besloten aan een gedragscode te werken, en niet aan een nieuwe wet. Er kwam een schrijfcommissie, bestaande uit vier vertegenwoordigers die de belangen moeten behartigen van alle formules en alle franchisegevers en franchisenemers.

Dat is ze echter niet gelukt, als we de waslijst aan reacties doornemen. Het zijn vooral de franchisegevers die ronduit ontevreden zijn over de concepttekst van de NFC. De tekst is te vaag of te weinig sturend, terwijl ook veelvuldig wordt gewezen op de onbalans die gaat ontstaan tussen verplichtingen van franchisegevers en –nemers. Zo zou de tekst vooral zijn opgesteld uit het belang van de franchisenemers. Terwijl de consultatieversie toch echt is opgesteld door een onafhankelijke schrijfcommissie, bestaande uit vier vertegenwoordigers die de belangen moeten behartigen van alle formules en alle franchisegevers en franchisenemers. Bovendien komen twee daarvan uit de koker van de Nederlandse Franchise Vereniging, de overkoepelende belangenorganisatie van franchisegevers in Nederland.

Franchisegevers roepen gezamenlijk op om meer tijd te nemen, om tot een code te komen die sectorbreed wordt gedragen en ook aan de eisen van minister Henk Kamp voldoet. Partijen als Albert Heijn, HEMA, Jumbo en Intratuin hebben daarvoor zelfs een brandbrief opgesteld, die is ondertekend door alle topmensen. Onduidelijk en onevenwichtig, is hun conclusie over de voorlopige NFC. Ze hebben ieder afzonderlijk ‘onder protest’ hun zienswijze ingediend.

“De conceptcode lijkt uit te gaan van grote afhankelijkheid van een franchisenemer, met uitsluitend inspanningsverplichtingen om een goed resultaat te behalen met de eigen onderneming”, klinkt het vanuit Albert Heijn, Etos en Gall & Gall. Daarmee doet het volgens Ahold-topman Maarten Schoonus geen recht aan de verhoudingen zoals het retailconcern die uit zijn ervaring kent. “De conceptcode geeft invulling in plaats van aanwijzingen.”

Volgens concurrent Jumbo gaat de huidige versie in grote mate uit van wantrouwen en van tegenstrijdige belangen. Franchisers zouden te veel te zeggen krijgen over het beleid van de formule. “Wat Jumbo betreft is dat geen geschikt uitgangspunt voor een algemeen geldende franchisecode.”

De franchisenemers van deze supermarktketens laten via hun verenigingen juist weten grotendeels achter de consultatieversie te staan. Zo spreken de ‘uitgangspunten en opzet’ de AH-franchisers juist wel aan.

Ook niet alle grote retailbedrijven zijn tegen. RDC, de organisatie achter The Read Shop, geeft zijn fiat, waar Intersport Nederland denkt dat het document goede richtlijnen geeft voor een samenwerking tussen franchisegever en franchisenemers. “De code kan een handvat zijn voor het opstellen van een franchisecontract, waarin de belangen van zowel franchisegever als franchisenemer goed zijn neergeschreven”, aldus bestuursvoorzitter Gerard Scholtes.

Intratuin probeert de vinger op de zere plek te leggen. “In het algemeen is het teleurstellend te moeten constateren dat in een tijd waarin een terugtrekkende beweging van de overheid ineens wordt teniet gedaan door excessen bij een enkele franchiseformule die de media halen en hierdoor de hele branche van franchise in een kwaad daglicht wordt gesteld”, schrijft manager operations Peter Huijsmans. Bij Intratuin is volgens hem sprake van een zeer constructieve samenwerking waarin ondernemers zelfs in het bestuur een belangrijke rol spelen. Een verplicht lidmaatschap voor de Nederlandse franchisevereniging is volgens Huijsmans voldoende, omdat alle contracten dan eens in de drie jaar gecontroleerd worden aan de hand van de Europese erecode. “Laat de marktpartijen zelf hun werk doen en pak enkel de franchiseorganisaties aan die extra regelgeving nodig hebben door hun gedrag richting de franchisenemers.”