Is de faillissementsgolf dan eindelijk voorbij?

Is de faillissementsgolf dan eindelijk voorbij?

Door Nick Möller
Redactie RetailWatching

Het gaat weer goed met de detailhandel. Althans, dat willen de cijfers ons doen geloven. Er gaan immers steeds minder retailers failliet en steeds minder ondernemers kloppen aan voor bijstand. Bovendien hebben consumenten steeds meer te besteden. Is het lek boven?

De goednieuwsshow gaat op de derde dinsdag van september van start. Hoewel woorden als ‘winkelier’, ‘retailer’ of ‘detailhandel’ niet voorkomen in de tweehonderd pagina’s tellende Miljoenennota die tijdens Prinsjesdag wordt gepubliceerd, staan de seinen voor de sector op groen. “Het tij is gekeerd. We hebben weer vaste grond onder de voeten. We kunnen weer verder vooruit kijken en investeren in kansen voor mensen”, aldus minister Dijsselbloem van Financiën.

Door de crisis nam de koopkracht tussen 2010 en 2013 af, maar sinds twee jaar krijgen mensen er weer wat bij. Volgend jaar gaat zo’n negentig procent van alle huishoudens erop vooruit, gemiddeld met zo’n één procent. Mede daardoor groeit ook de consumptie met 1,3 procent dit jaar en 1,8 procent in 2017. Dit onderstreept volgens het kabinet ‘dat het vertrouwen van burgers in de economie geleidelijk is hersteld’.

Bijstand
Deze economische opleving is al voelbaar in de detailhandel, stelt Han Dieperink begin deze maand. Als algemeen directeur van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) ziet hij het aantal bijstandsaanvragen door ondernemers snel dalen. Het totaal aantal bijstandsaanvragen door mkb’ers in Nederland is in het derde kwartaal met 21 procent afgenomen ten opzichte van de drie maanden ervoor. In vergelijking met vorig jaar liep het aantal zelfs met 34 procent terug. En het is vooral de detailhandel die daar in positief opzicht uitspringt, zegt Dieperink. Exacte cijfers deelt hij niet (want dat zijn er zo weinig dat ze onbetrouwbaar dreigen te worden), maar zijn gevoel zegt: “De consument lijkt de weg naar de detailhandel weer te vinden.”

Het is een gevoel dat versterkt wordt door de laatste cijfers van het CBS, die een paar dagen later binnenkomen. Het aantal faillissementen in Nederland ligt op het laagste niveau sinds 2008, berekende het statistiekbureau. En als we wat dieper de cijfers induiken, zien we dat de detailhandel een keer geen vreemde eend in de bijt is. In het derde kwartaal ligt het aantal faillissementen in deze sector op het laagste niveau sinds het uitbreken van de crisis. Er gingen 94 winkelbedrijven op de fles, waar dat er op het hoogtepunt 246 in drie maanden waren.

Het is relatief rustig voor de rechtbank, sinds rond de jaarwisseling grootmachten als V&D, DA, Macintosh Retail Group en Unlimited Sports Group (Aktiesport en Perry Sport) over de kop gingen. En dat is niet omdat er steeds minder winkelbedrijven overblijven. “De grootste golf faillissementen als gevolg van de crisis is geweest”, concludeert sectoreconoom Sonny Duijn van ABN AMRO in een rapport. De faillissementsgraad (het aantal faillissementen ten opzichte van het aantal bedrijven) komt dit jaar volgens de bank uit rond de 0,44 procent. De voorbije zeven jaren lag dat percentage gemiddeld op 0,63 procent. Diverse winkeliers slagen er volgens Duijn dit jaar in om uit de financiële problemen te geraken. “Dat heeft onder meer te maken met de kostenstructuur van veel retailers. Omdat de vaste kosten hierbinnen een grote component vormen, draagt de extra omzet vaak direct bij aan de winstgevendheid.”

Juichen
Reden voor een juichstemming is dat volgens hem echter niet. De lijst met teloorgegane winkelketens wordt nog steeds aangevuld. Wat te denken van MS Mode, dat deze zomer nog op de fles ging. Een paar maanden eerder waren Scheer & Foppen, Mitra en McGregor Fashion Group nog aan de beurt. Duijn onderscheidt drie specifieke uitdagingen, die ervoor zorgen dat ondanks het economische herstel nog altijd retailers failliet gaan. Allereerst is er sprake van overcapaciteit aan winkelmeters. Zo lagen de verkoopvolumes in de non-foodretail vorig jaar ongeveer tien procent lager dan een jaar eerder, terwijl er elf procent meer vloeroppervlak is.

“Daarnaast lijken winkelgebieden aan aantrekkingskracht te zijn verloren”, stelt Duijn. Hij wijst daarbij op cijfers van Locatus, waaruit blijkt dat het totale bezoek aan de winkelgebieden al sinds 2004 daalt. Als derde uitdaging noemt de sectoreconoom het veranderde koopgedrag, waarbij de verschuiving naar het web natuurlijk niet onvermeld blijft.

Deze drie uitdagingen zorgen er volgens Duijn voor dat onderscheidend vermogen voor de retailer cruciaal is geworden. Service, propositie en kwaliteit van het personeel zijn daarbij belangrijke elementen, stelt hij. “Dat blijft gelden, ook in tijden van economische groei. Voor sommige retailers is daarom een transitie van het bedrijfsmodel nodig. Niet iedereen is in staat om die transitie goed te maken, nadat men al hard is geraakt door de crisis.”

Een grote groep retailers is volgens Duijn weliswaar uit de acute problemen, maar heeft nog altijd weinig vet op de botten. “Onverwachte negatieve economische ontwikkelingen kunnen zodoende wel grote gevolgen hebben.” Ook Dieperink van het IMK waarschuwt dat de problemen nog niet helemaal verleden tijd zijn. De detailhandel blijft oververtegenwoordigd als het om bijstandsaanvragen gaat. “Het is met twaalf procent van de ondernemers de grootste sector in het mkb, maar zij zijn goed voor 21 procent van de bijstandsaanvragen.” De detailhandel is volgens hem kapitaalintensief en daarmee een gevoelige branche. “Als het mis gaat, dan gaat het ook goed mis.”