Hoe Spar inspeelt op krimpgebieden

Bij Spar denk je waarschijnlijk al gauw aan de buurtsuper in wijkwinkelcentra. Maar dat gaat mogelijk veranderen. De komende jaren zet de retailer sterk in op compacte gemakswinkels midden in de stadscentra. Alleen in Amsterdam al moeten er daar tot 25 van komen. "Dorpen worden te klein voor een zelfstandige supermarkt", zo zei algemeen directeur Sjaak Kranendonk in Het Parool. Toch wil hij de nieuwe stadswinkels niet ten koste laten gaan van het bestaande winkelbestand. Hoe gaat Spar om met een winkelnetwerk in krimpgebieden?

Het concentreren van winkelaanbod kan werken in binnensteden, maar niet in de regio’s waar de inwonerspopulatie daalt, stelde Kranendonk vorig jaar in RetailTrends. Spar heeft zo’n dertig vestigingen in regio’s die de buurtwinkelketen beschouwt als krimpgebieden: Zeeuws-Vlaanderen, Zeeland, Zuid-Limburg en Oost-Groningen. Kranendonk begrijpt dat gemeenten iets willen doen aan de afkalving ‘aan de randen’, maar dat moet niet ten koste gaan van de leefbaarheid van de aanliggende dorpen in zo’n gebied. “In het Zeeuwse Tholen bijvoorbeeld wil de gemeente de winkelkern versterken. De supermarkt in het hart van de plaats mag liefst veertig procent extra vloeroppervlak bij zijn pand trekken om zijn aanbod aantrekkelijker te maken”, vertelt Kranendonk. Zo’n maatregel kan echter desastreuze gevolgen hebben voor de andere vijf supermarkten op het eiland. “De weegschaal tussen rendabel en niet-rendabel is in deze gebieden heel gevoelig. Tien procent minder omzet kan die balans al wijzigen.”

Spar neemt verschillende maatregelen om de leefbaarheid voor inwoners én zijn ondernemers in de krimpregio’s op peil te houden. Zo tekende de keten in 2013 een intentieverklaring met het ministerie van Binnenlandse Zaken om de zelfredzaamheid van deze gebieden te vergroten. “We keken naar de mogelijkheden om meer dienstverlening toe te voegen aan onze winkels. In een aantal vestigingen is bijvoorbeeld een uitgiftepunt van een apotheek voor herhaalrecepten geïntroduceerd.” Ook met bijvoorbeeld een stomerij en een maaltijdservice wil de keten zijn relevantie in deze gebieden behouden. “Tegelijkertijd moeten we nuchter zijn en soms overgaan tot winkelsluitingen”, aldus Kranendonk. De komende drie jaar stoot de keten dan ook twintig tot dertig vestigingen in de krimpgebieden af, omdat ze onvoldoende rendabel zijn. In een enkel geval ziet Kranendonk dat inwoners de winkel voortzetten in een coöperatievorm, waarbij Spar een faciliterende rol speelt. Dan neemt een deel van het dorp bijvoorbeeld aandelen in de winkel die beperkt open is en gerund wordt door vrijwilligers. “Passend in deze tijd waarin meer zelfredzaamheid wordt gevraagd”, vindt Kranendonk. “Zo’n initiatief slaagt alleen wanneer er sprake is van sterke sociale cohesie in zo’n plaats en er inwoners zijn die er de schouders onder zetten.” 

Spar zelf opent tot 2018 dertig extra locaties van zijn Spar City- en University-winkels. Dat is niet zozeer om het vertrek uit de krimpgebieden op te vangen, aldus Kranendonk. “We willen zitten waar klanten zijn. Ook in een binnenstad kunnen wij onze rol van buurtsupermarkt vervullen.” Met deze locaties in de binnensteden en op universiteitsterreinen kan de keten bovendien inspelen op de toename van een- en tweepersoonshuishoudens en de ontwikkeling dat consumenten steeds later besluiten wat ze die avond eten. “De locaties leveren geen tonnen aan omzet op, maar wel genoeg om er een goede boterham van te eten”, duidt hij. “Dat komt omdat we onder meer onze distributie goed hebben georganiseerd en dus efficiënt kunnen werken.”

Voor het bepalen van locaties van de te openen vestigingen in de steden kijkt de retailer naar meerdere factoren, waaronder de rol van de buurt, het aantal passanten en verblijvers. “In een dorp kan Spar prima uit de voeten met 2500 tot 3500 inwoners. In een stedelijk gebied is het aantal mensen in de directe nabijheid van zo’n Spar City soms kleiner, maar wordt dat gecompenseerd door het aantal passanten.” Bovendien heeft de keten genoeg aan een vloeroppervlak van driehonderd tot vierhonderd vierkante meter, omdat de stadswinkels zich richten op het bieden van dagelijks gemak en niet zozeer een supermarktrol vervullen. Dit alles levert verrassende inzichten op, aldus Kranendonk. “Op het centraal station van Arnhem en Amsterdam Sloterdijk hebben we een City-winkel vlak bij een Albert Heijn geopend. Die zijn rendabel, het is dus mogelijk. Maar als je mij zeven jaar geleden had gevraagd een winkel in de buurt van een Albert Hein-vestiging te openen, had ik je voor gek verklaard.”