De worsteling met de koopzondag

De worsteling met de koopzondag

Door Amnon Vogel
Redactie RetailWatching

De koopzondag heeft zich in korte tijd ontwikkeld van iets bijzonders naar bijna de standaard. Toch leidt het beleid rond koopzondagen nog regelmatig tot ophef en onenigheid, zowel bij retailers en consumenten als binnen de politiek.

Winkeliers in Woerden waren het deze week zat. Het koopzondagbeleid van de gemeente is ‘achterhaald door de realiteit’, stellen zij. Dat beleid behelst een akkoord dat twee jaar geleden is gesloten door de fracties in de coalitie, waarbij besloten werd uitbreiding van het aantal koopzondagen niet toe te staan. Dat terwijl de meeste politieke partijen eigenlijk vóór uitbreiding zijn, en ondernemers al veel langer zelf willen besluiten wanneer zij opengaan. Met een campagne met reclameborden langs de weg probeert de Woerdense retail de politiek wakker te schudden. ‘U winkelt op zondag, wij mogen niet open’, richt de groep ondernemers zich haast verontschuldigend tot de consument.

De zondagssluiting is volgens de actievoerders niet meer van deze tijd. "Je moet open zijn als de klant dat vraagt”, zegt winkelier en actievoerder Nitzschke tegen het Algemeen Dagblad. "Het liefst willen we alle zondagen open. Als compromis zouden twaalf tot vijftien zondagen, zoals in veel andere gemeenten, voorlopig ook acceptabel zijn.” Volgens hem kost de huidige regeling de winkeliers omzet en uiteindelijk verlies aan arbeidsplaatsen. De eigenaar van tuincentrum De Bosrand stelde het probleem eind vorig jaar al aan de kaak. “Alle elf tuincentra rondom Woerden binnen een straal van twintig kilometer zijn op zondag open. Hier kan ik niet mee concurreren”, zei hij in de Woerdense Courant.

De discussie over zondagsopenstelling wordt vaak niet op grond van feiten, maar op basis van gevoelens en een schreeuw om aandacht gevoerd, verweert CU/SGP-fractievoorzitter Simon Brouwer zich in het Reformatorisch Dagblad. "Er zijn recente onderzoeken waaruit blijkt dat winkels die nu nog op zondag opengaan, daar helemaal niet extra aan verdienen. Bij omzetdaling van winkels die op zondag dicht zijn, blijken er soms heel andere oorzaken voor die daling zijn. We horen ook van winkels die zich afvragen waarom ze op zondag eigenlijk open zijn, omdat er geen hond komt."

Woerden behoort tot een kleiner wordende groep. Steeds meer gemeenten voeren de koopzondag in of het breiden het aantal uit. Maar winkelt die consument eigenlijk wel op zondag, zoals het actiecomité in Woerden suggereert? Uit onderzoek van I&O-research blijkt dat dat nogal meevalt. Uit een rondvraag onder drieduizend mensen blijkt dat slechts zes procent ‘winkelen’ bij zijn favoriete zondagse activiteiten heeft staan. ‘De toegenomen zondagsopening heeft het winkelgedrag niet radicaal veranderd’, concludeert het onderzoek. Wellicht dat die constatering nog van invloed is op de evaluatie van de Winkeltijdenwet, die binnenkort op het programma staat.

Mogen naar moeten
Kort door de bocht, zou je kunnen stellen dat de ‘ellende’ juist met die nieuwe Winkeltijdenwet is begonnen. Die in 2013 ingevoerde regeling bepaalde dat gemeenten voortaan zelf mogen bepalen hoe zij met hun koopzondagenbeleid omgaan. Wat een gemeente daar ook mee doet, scheve gezichten lijken hoe dan ook niet te voorkomen. Want in tegenstelling tot Woerden, waar de gemeente het aantal koopzondagen beperkt houdt en de winkeliers er meer willen, komt de omgekeerde situatie ook voor. ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten wees daar rond de invoering van de nieuwe wet al op in De Volkskrant. ‘Kleine ondernemers voelen zich genoodzaakt op zondag open te gaan omdat klandizie anders naar de - grote - concurrent verdwijnt. Met name eigenaren van kleine (familie)bedrijven ervaren een steeds grotere druk op hun gezinsleven’, schreef Schouten. ‘Voor veel winkels ontaardt 'mogen' al snel in 'moeten' als ze geen omzet willen verliezen.’

Sinds de mogelijkheid er is, experimenteert de ene na de andere gemeente met het invoeren of uitbreiden van de koopzondagen. En hoewel het winkelgedrag van de consument dan misschien niet 'radicaal' is veranderd, is er toch een duidelijk effect zichtbaar volgens het onderzoek van I&O. Zo ging in 2010 in Oost-Nederland zeven procent van de huishoudens minimaal eens per maand op zondag winkelen. Vorig jaar was dat verdubbeld tot veertien procent. Verder groeide de zondagsomzet van supermarkten in 2015 met 21 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dit hangt deels samen met de grotere hoeveelheid gemeenten die zondagsopenstelling wekelijks toestaan.Voor de wetswijziging in 2013 kenden dertien van de 41 grootste Nederlandse gemeenten 52 koopzondagen per jaar. Begin dit jaar waren dat er 34. In totaal zijn de winkels nog maar in twintig procent van alle gemeenten altijd dicht op zondag, een halvering ten opzichte van vijf jaar geleden. In de praktijk blijven vooral kleinere winkeliers vaak dicht op zondag, ziet I&O ook. Maar ook de stelling dat ‘mogen’ in ‘moeten’ verandert is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Zo geeft zes procent van de zondagshoppers minder uit bij speciaalzaken, omdat ze op zondag naar de supermarkt gaan.

Hoe zeer gemeenten worstelen met het koopzondagenbeleid, bleek wel in Ede. Zowel ondernemers als inwoners stemden in respectievelijk een enquête en een referendum vorig jaar tegen, maar de gemeente besloot toch tot invoering. Ook in onder meer Zwolle, Harderwijk en diverse kleinere gemeenten werd en wordt gepleit voor een referendum over het onderwerp. In Woerden zal het zo ver niet komen. Daar heeft de coalitie razendsnel korte metten gemaakt met de protesten van de ondernemers. Aan het akkoord van 2014 wordt niet gemorreld. Intussen komt vrijwel wekelijks wel een gemeente in het nieuws die zijn koopzondagenbeleid aanpast. Die trend lijkt niet te stoppen, maar de weerstand net zo min.