Fysieke winkels blijven bestaan, maar dan op dezelfde manier geconcentreerd als in de jaren vijftig. Dat stelt directeur Wijnand Jongen van belangenvereniging Thuiswinkel.org in De Financiële Telegraaf. “Straks ga je alleen voor het broodnodige naar het dorp.”

In de jaren vijftig hadden kleine steden en dorpen volgens Jongen ‘alleen een kruidenier, slager, bakker en Winkel van Sinkel’. Grotere aankopen en kleding werden in de stad gedaan, totdat in de jaren zestig ook modewinkels werden toegevoegd. “Die verdwijnen weer”, is hij van mening.

De sanering is volgens hem niet erg, aangezien ‘we er in de jaren vijftig ook gelukkig mee waren’. “Maar de overgang met al die lege vierkante meters doet natuurlijk pijn.”

Jongen schrijft in zijn boek ‘Het einde van online winkelen’ dat ook de service teruggaat naar het niveau van de jaren vijftig. De service wordt persoonlijker door het gebruik van onder meer big data en beacons, al zijn de winkels volgens hem nog niet zo ver. Sommige verkopers zijn uitgerust met een tablet, maar dat is geen erkenning en herkenning van vaste klanten, stelt hij. “Het is ook nog geen integratie van de stappen die de klant eventueel al eerder online heeft gezet.”