Grote kledingmerken- en retailers zijn nog onvoldoende transparant over hun productieomstandigheden. Dat blijkt uit het onderzoek dat non-profitorganisatie The Fashion Revolution jaarlijks uitvoert sinds de Rana Plaza-ramp.

Voor het onderzoek werden de honderd grootste modemerken over verschillende punten, zoals arbeidsomstandigheden en milieubeleid, ondervraagd. Daarbij waren maximaal 250 punten te verdelen. De bedrijven die het hoogst scoren behalen nog niet de helft van het maximaal aantal punten. De grootste groep scoort tussen de nul en tien procent van het totaal.

Adidas en Reebok komen als transparantste bedrijven uit het onderzoek naar voren, met een score van 49 procent. Ook H&M en Marks & Spencer behoren met 48 procent tot de koplopers. C&A, een van de twee onderzochte Nederlandse merken, staat met 34 procent in de middenmoot. Mexx, het andere Nederlandse label, behaalt een score van zes procent. Gemiddeld behalen alle onderzochte bedrijven zo’n twintig procent van het maximaal aantal punten.

Kledingmerken hebben vier jaar na de Rana Plaza-ramp nog ‘een lange weg te gaan’, concludeert The Fashion Revolution. Hoewel steeds meer bedrijven publiceren over wat zij doen op sociaal- en milieugebied, blijft volgens de organisatie nog veel cruciale informatie verborgen. Met name de ‘tastbare effecten’ van de praktijken in de industrie op het leven van fabrieksarbeiders en de omgeving blijven nog onzichtbaar, stelt The Fashion Revolution.

Op 24 april 2013 stortte de Bengaalse Rana Plaza-fabriek in, waarbij 1138 doden vielen. De ramp werd het symbool voor de omstandigheden waaronder textielarbeiders in lagelonenlanden kleding maken. In het aprilnummer van RetailTrends wordt uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkelingen die de afgelopen vier jaar hebben plaatsgevonden. Klik hier voor meer informatie over een abonnement.