Dit is de hel: een pakketje ophalen bij buurvrouw Nel

We kennen allemaal de voordelen van onlinebestellen en thuisbezorgen. Maar over de nadelen wordt vaak niet nagedacht, meent Hans Verstraaten. Hoe verschrikkelijk buren kunnen zijn bij wie een pakketje is afgeleverd bijvoorbeeld.

Ter ere van onze voormalige hoofdredacteur en columnist Hans Verstraaten (1958-2020) herplaatsen we wekelijks een van de honderden columns die hij voor RetailTrends schreef. Vandaag: het grote leed van pakketjes bij de buren afleveren.

Nederland shopt jaarlijks online voor ruim twintig miljard euro en op straat en op het fietspad struikel je over de jongens en meisjes die op weg zijn om pakketjes af te leveren. Ja, onlineshoppen is niet meer uit ons leven weg te denken en de voordelen van onlinebestellen en thuisbezorgen kennen we nu wel. Ik wil eens stil staan bij de nadelen, bovenal twee nadelen. Namelijk aan de ene kant mijn buurvrouw Nel (op nummer zeventien) en aan de andere kant mijn buurvrouw Marije (op nummer 21). Ik ben niet zo vaak thuis overdag en pakjes voor mij worden dan of bij Nel of bij Marije afgeleverd. En dan haal ik ’s avonds een pakketje bij de ene of de andere buurvrouw op. En dan begint het, in de beroemde woorden van Joseph Conrad: ‘The horror! The horror!’

Dit is buurvrouw Nel
Nel: alleenstaand, ergens achter in de zeventig – schat ik zo – en al een jaartje of vijftig geobsedeerd door enge ziektes. Ik had een boek besteld bij bol.com en dat ging ik gisteren ophalen bij Nel. Het meest voor de hand liggende concept – mij het boek overhandigen en klaar is Nel – daar is Nel niet van. Ik moet gaan zitten, meerdere koekjes eten en naar verhalen over enge ziektes luisteren met Nels tamelijk valse kater letterlijk in mijn nek.

Nadat ze het over haar zus had gehad die last had van – er volgde een lange Latijnse term – begon Nel over haar favoriete gespreksonderwerp: de ziektes van Nel zelf. Reuma, mensen, overal reuma. En artritis, mensen, overal artritis. Wat heel iets anders is dan reuma, dat wil Nel ongevraagd voor de vijftigste keer nog wel eens een keertje uitleggen.

“Ik heb me toch een lelijke plek”, zei Nel gisteren.
“Oh ja?” zei ik, en dacht: ‘Schiet toch eens een keer op, mens!’
“Paarsblauw. Heel paarsblauw”, zei ze.

Nels onderbroek
En toen gebeurde het, ongelooflijk maar waar: Nel schoof haar rok omhoog. En ik wilde schreeuwen: “Nel, stop, stop alsjeblieft, doe dit niet!” Maar die rok bleef maar omhoog gaan. Tot ik kon kijken naar een inderdaad zeer lelijke en bovenal zeer grote, zeer paarsblauwe en bovenal zeer vieze plek. En ze droeg een lichtblauwe onderbroek, een zeer grote onderbroek.

“Kun je het zien? Kom anders wat dichterbij.”

Dit was de hel. En met zo’n hel, mensen, daar houden al die onlineretailers geen rekening mee.
Thuisgekomen stelde ik overigens vast dat ik mijn boek vergeten was.
Kan het erger?

Dit is buurvrouw Marije

Jawel: Marije. Begin vijftig. Getrouwd met iemand die zelden wat zegt en meer als bediende dan als echtgenoot functioneert. Marije kan zo in dienst treden bij elke dictatuur, afdeling kruisverhoren. Doorgaans is haar welkomstwoord iets als: “Tjee, wat zie jij er moe uit. Ben je ziek?” Of, kan ook: “Ik hoor her en der dat het zakelijk niet goed met je gaat. Ga je failliet?” Daarbij kijkt ze me aan met een blik van: ‘Je hoeft niet te antwoorden, hoor, ik weet het antwoord al.’ En vroeg of laat – meestal vroeg – meldt ze altijd weer, een zin die compleet uit de lucht komt vallen: “Geen wonder dat je drie keer gescheiden bent.” En dan sta ik nog steeds bij de voordeur, hè. Verder kom ik trouwens niet.

Ze weet wel waar ik voor kom. Natuurlijk weet ze dat, maar ik moet het altijd weer toch eerst zeggen: “Er is een pakketje voor me afgeleverd als het goed is.”

Erg laatdunkend: “Ik had al niet het idee dat je de wasmachine kwam repareren.”

Ze kijkt me altijd aan alsof ik een insect ben, als je tenminste een tyfushekel aan insecten hebt. Dan gaat ze uiteindelijk toch naar binnen om met de grootst mogelijke tegenzin het pakketje te halen. Ze heeft een klein huis, maar ze blijft altijd zo lang weg dat het wel Versailles lijkt.

Dan, eindelijk: “Hier. Tjezus. Weer een” – trekt nu zeer vies gezicht – “bóek.”

Ze vindt dat boeken voor mietjes zijn.

“Dank je wel, Marije.”

Ik kom elke keer weer kapot thuis.

Over dit soort ellende hè, over de hel die menig mens tegenwoordig door moet maken bij het ophalen van een pakketje, over hoe verschrikkelijk buren kunnen zijn bij wie zo’n pakketje is afgeleverd, deze horror! horror! die onlineshoppen met zich meebrengt – daar hoor je een Jeff Bezos nou nooit over.

Bron: RetailTrends 7/8, 2019

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.

Meest gelezen