Supermarkten mogen bepaalde zelfzorggeneesmiddelen alleen verkopen als er een (assistent-)drogist in de winkel is. Dat heeft de Raad van State bepaald in een zaak die was aangespannen door het CBD, de koepelorganisatie van de Nederlandse drogisterijen.

Het CBD had de minister van Volksgezondheid gevraagd om maatregelen te nemen tegen enkele Albert Heijn-supermarkten in Assen en Groningen. Zij verkopen geneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn, maar die wel uitsluitend in een apotheek onder toezicht van een drogist mogen worden verkocht. Het gaat bijvoorbeeld om flinke hoeveelheden paracetamol en ibuprofen. De supermarkten maken gebruik van tablets, waarmee klanten aan een 'drogist op afstand' informatie kunnen vragen. Volgens het CBD is dat in strijd met de Geneesmiddelenwet.

De minister zag er geen probleem in en werd in het gelijk gesteld door de rechtbank Midden-Nederland. De Raad van State steekt er alsnog een stokje voor. Volgens de hoogste bestuursrechter eist de Geneesmiddelenwet dat een (assistent-)drogist fysiek in de winkel aanwezig is om voorlichting te geven. Een 'tablet-drogist' volstaat niet. Als de wetgever digitale communicatie mogelijk wil maken bij de verkoop van dit soort medicijen, dan moet de wet worden aangepast.