De afgelopen 2 jaar zijn fabriekssluitingen en het verdwijnen van locaties een steeds zichtbaarder onderdeel geworden van het industriële landschap in West-Europa. In de consumentengoederen- en retailsector hebben bedrijven zoals Unilever en Procter & Gamble hun productie- en distributienetwerk vereenvoudigd. Tegelijkertijd hebben spelers als Amazon en Carrefour hun logistieke operaties aangepast door locaties te sluiten en activiteiten te bundelen. Ook recente besluiten van Nestlé om 2 productielocaties in Duitsland te sluiten of te verkopen en van BSH om zijn fabriek in Spanje te sluiten passen in dit beeld.
Ook in Nederland zien we deze ontwikkeling terug. Van productielocaties van FrieslandCampina, Accell en Mora/Van Dobben tot distributiecentra van retailers zoals Plus en Aldi. Steeds meer organisaties kijken kritisch naar hun bestaande netwerk.
Hoewel dergelijke aankondigingen vaak worden gezien als kostenbesparingsmaatregelen, vertellen ze een groter verhaal. Achter veel van deze besluiten schuilt een fundamentele heroverweging van productie-, opslag- en distributienetwerken. Netwerkoptimalisatie is niet langer een operationele exercitie gericht op kostenreductie, maar een strategische reactie op veranderende marktomstandigheden.
Waarom bestaande netwerken onder druk staan
De oorzaken zijn in veel sectoren vergelijkbaar. De consumentenvraag verandert sneller dan voorheen, energie- en arbeidskosten zijn structureel hoger geworden en geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor onzekerheid in internationale supplychains. Tegelijkertijd verwachten klanten een hogere beschikbaarheid en kortere levertijden.
Veel productie- en distributienetwerken zijn ontworpen voor een andere werkelijkheid. Ze zijn gebaseerd op historische vraagpatronen, stabiele handelsstromen en voorspelbare kostenstructuren. De vraag die steeds meer bestuurders zichzelf stellen is daarom niet welke locatie gesloten kan worden, maar of hun huidige netwerk nog wel aansluit bij de toekomstige markt.
Om die vraag te beantwoorden kijken organisaties steeds vaker verder dan traditionele analyses. Met behulp van scenario modelling en digital twins kunnen bedrijven verschillende toekomstscenario's doorrekenen voordat zij ingrijpende beslissingen nemen. Daarmee wordt zichtbaar welke gevolgen keuzes hebben voor kosten, servicelevels, risico's en capaciteit.
De recente golf aan herstructureringen laat zien dat steeds meer organisaties deze exercitie maken. Maar welke lessen kunnen andere supplychain-leiders daaruit trekken?
Les 1: optimaliseer niet alleen voor kosten
Jarenlang draaide netwerkoptimalisatie vooral om efficiëntie. Minder locaties, lagere voorraadniveaus en maximale benutting van capaciteit stonden centraal. Nu blijkt dat die benadering niet altijd meer volstaat.
Een netwerk dat op papier het goedkoopst is, blijkt niet automatisch het meest toekomstbestendig. Toenemende geopolitieke onzekerheid, verstoringen in handelsroutes en schommelende energieprijzen maken duidelijk dat ook flexibiliteit en risicospreiding onderdeel moeten zijn van de afweging.
De vraag verschuift daardoor van 'hoe verlagen we kosten?' naar 'welk netwerk hebben we nodig om concurrerend te blijven?'
Les 2: Kijk naar scenario's, niet naar voorspellingen
Veel organisaties baseren netwerkbeslissingen nog steeds op één verwacht toekomstscenario. In de praktijk blijkt de werkelijkheid vaak weerbarstiger. Juist daarom winnen scenario modelling en digital twins aan populariteit. Door verschillende toekomstbeelden door te rekenen, krijgen organisaties inzicht in de gevolgen van strategische keuzes voordat zij worden uitgevoerd.
Wat gebeurt er bijvoorbeeld met levertijden als een distributiecentrum wordt gesloten? Welke impact heeft nearshoring op transportkosten en servicelevels? Hoe verandert de capaciteit als de vraag in een bepaalde regio sneller groeit dan verwacht? En hoeveel extra flexibiliteit levert een extra productielocatie op? Door dergelijke scenario's vooraf door te rekenen, verschuift besluitvorming van aannames naar inzicht.
Les 3: Veerkracht wordt concurrentievoordeel
De afgelopen jaren hebben laten zien hoe kwetsbaar internationale supplychains kunnen zijn. Bedrijven die uitsluitend hebben gestuurd op efficiëntie, ontdekten soms dat hun netwerk onvoldoende bestand was tegen verstoringen.
Dat betekent niet dat kosten minder belangrijk zijn geworden. Wel dat organisaties explicieter moeten nadenken over de balans tussen efficiëntie en weerbaarheid. Centralisatie kan schaalvoordelen opleveren, terwijl spreiding risico's verlaagt. Organisaties moeten begrijpen hoe hun netwerk presteert onder minder gunstige omstandigheden. De optimale keuze verschilt per sector, product en markt.
Steeds vaker blijkt veerkracht geen kostenpost, maar een concurrentievoordeel.
Les 4: Goede beslissingen beginnen met goede data
De kwaliteit van netwerkbeslissingen hangt direct samen met de kwaliteit van de beschikbare data. Onvolledige of inconsistente gegevens leiden tot verkeerde conclusies over volumes, kosten, capaciteit en serviceniveaus.
Organisaties die hun netwerk succesvol aanpassen, investeren daarom eerst in inzicht. Niet alleen in historische prestaties, maar ook in voorspellende analyses die helpen om toekomstige ontwikkelingen beter te begrijpen. Zonder betrouwbare data blijft netwerkoptimalisatie uiteindelijk vooral een discussie gebaseerd op aannames.
Goede data betekenen in de praktijk dat organisaties 3 typen informatie op orde hebben:
1. Vraagdata (volumes, variabiliteit, regionale groei)
2. Kostenstructuren (transport, arbeid, energie, opslag)
3. Capaciteits- en doorlooptijddata (bezetting, bottlenecks, levertijden)
In veel organisaties zitten hier de grootste hiaten, waardoor scenario's inconsistent uitpakken. Organisaties die verder zijn, brengen expliciet historische verstoringen in kaart. Denk aan de impact van Covid-19, verstoringen in het Suezkanaal of recente geopolitieke spanningen. Door deze gebeurtenissen terug te vertalen naar volumes, kosten en servicelevels, ontstaat een realistischer beeld van hoe het netwerk zich gedraagt onder stress.
De opkomst van AI en geavanceerde analytics versnelt deze beweging, maar brengt ook een risico met zich mee. Organisaties die investeren in AI zonder dat de onderliggende data consistent en volledig is, vergroten de kans op verkeerde inzichten en suboptimale beslissingen. In de praktijk blijkt dat het opschonen en structureren van data vaak meer impact heeft dan het toevoegen van nieuwe algoritmes. Een praktische vuistregel: als de uitkomst van een scenario verandert afhankelijk van de bron of definitie van de data, is de datagrondslag nog niet sterk genoeg om op te sturen.
Bouwen aan een toekomstbestendig netwerk
De recente golf aan sluitingen en consolidaties in West-Europa wordt vaak gezien als een teken van kostenbesparingen of economische tegenwind. In werkelijkheid laat deze ontwikkeling vooral zien dat bedrijven hun operationele footprint opnieuw beoordelen.
Soms leidt dat tot consolidatie of sluiting van locaties. Soms juist tot uitbreiding, automatisering, nearshoring of een andere inrichting van productie- en distributienetwerken. Het doel is niet om het netwerk kleiner te maken, maar om het beter aan te laten sluiten op de strategische doelen van de organisatie.
Voor supplychain-leiders is dat misschien wel de belangrijkste les: netwerkoptimalisatie gaat niet over het verkleinen van een netwerk, maar over het bouwen van een netwerk dat ook over 5 of 10 jaar nog aansluit bij de markt en de strategische doelen van de organisatie.
Reacties 0