Waarom lang niet alle supermarkten winnaars zijn

Supermarkten komen voor noodsteun niet in aanmerking en hebben die ook absoluut niet nodig, zo lijkt het. Zij profiteren als een van de weinige sectoren volop van de coronacrisis. Maar zo simpel ligt het niet. Ook supermarkten voelen de effecten van alle beperkende maatregelen, zowel direct als indirect.

Supermarkten komen voor noodsteun niet in aanmerking en hebben die ook absoluut niet nodig, zo lijkt het. Zij profiteren als een van de weinige sectoren volop van de coronacrisis. Maar zo simpel ligt het niet. Ook supermarkten voelen de effecten van alle beperkende maatregelen, zowel direct als indirect.

Door de oproep aan iedereen om thuis te blijven en de stille straten die daaruit voortvloeien, beleven fysieke winkels zware tijden. En ook alle horeca is gesloten waardoor een gezellig middagje stad, waar veel winkeliers in de binnensteden van afhankelijk zijn, er niet in zit. Supermarkten onttrekken zich aan de malaise en pieken juist, zo is het beeld. Niet alleen zullen noodzakelijke boodschappen altijd gedaan moeten worden, na het afkondigden van de zware maatregelen vorige maand ontstond een ware run op sommige producten. Direct schoot de omzet omhoog en werden ‘kerstweken’ gedraaid. Waar kledingwinkels met de handen in het haar zitten omdat ze niet van hun voorraad af komen en met een nijpend cashtekort zitten, hebben supermarkten te maken met het luxeprobleem van schappen die te snel leegraken.

Het Vakcentrum, de belangenbehartiger voor zelfstandige retailers, was er snel bij om dat beeld te nuanceren. Een maand geleden liet de organisatie weten dat het beeld vooral zeer divers is. Met name in buurt- en wijkwinkelcentra gaat het goed. ‘Met in verschillende gevallen een omzetplus van wel meer dan dertig procent, daar valt weinig op af te dingen.’ Supermarkten in de grensstreek zien hun omzetten juist dalen, door het sterk beperkte grensverkeer. Ook winkels in binnensteden en op hightrafficlocaties, zoals stations, zien minder inkomsten. Die dalingen lopen soms in de tientallen procenten. Ook veel supermarkten op de Waddeneilanden en rond toeristische locaties noteren een diepe min. ‘Het rooskleurige beeld zoals wordt geschetst valt dan ook niet branchebreed te maken’, concludeert het Vakcentrum.

AH to go heeft het rustig
De grootste supermarktketens van ons land herkennen het beeld. “Wij zien inderdaad wisselende patronen”, laat een woordvoerder van Albert Heijn weten. De echte grote drukte bij winkels duurde volgens haar sowieso vrij kort, zo’n twee weken. “Daarna is de situatie genormaliseerd, al zijn sommige patronen wel veranderd.” Daarbij ziet Albert Heijn vooral verschillen per gebied: stad (minder studenten, minder toeristen en meer klanten die thuis werken) versus buitengebied. “Maar ook de winkel op Schiphol en een aantal Albert Heijn to go-winkels”, vervolgt de woordvoerder. “Daar is het normaal heel druk en nu juist rustig.” Concurrent Jumbo ziet een vergelijkbaar beeld, vertelt een woordvoerder. “We hebben bij grenswinkels, in binnensteden en in toeristische gebieden te maken met lagere omzetten dan normaal.” Supermarkten hebben bovendien de afgelopen periode veel investeringen moeten doen voor de veiligheid van klanten en medewerkers, gaat de woordvoerder van Albert Heijn verder. “En we zitten nog maar aan het begin van de crisis die naar verwachting nog lang kan aanhouden. De impact op langere termijn is daarom nog niet te overzien.” 

Pas echt moeilijk is de situatie op de campussen van universiteiten en hogescholen, waar de aanwezige supermarkten zelfs al eerder dichtgingen dan de horeca. En waarschijnlijk ook langer dicht zullen blijven, want fysieke hervatting van het hoger onderwijs lijkt nog niet aanstaande. Ondernemers achter deze zaken rekenen niet op heropening voor 1 september, de start van het nieuwe studiejaar. En ook dan is het nog maar de vraag hoeveel herstel er komt. Sommige universiteiten overwegen in het nieuwe collegejaar het aantal studenten dat fysiek terugkeert te beperken tot alleen de eerstejaars, plus een aantal medewerkers. Dat zou neerkomen op een kwart van het totaal. Tel daarbij op de anderhalvemeterregel en een formule als Spar University, op tien campussen aanwezig, zou nog maar een fractie van zijn omzet kunnen draaien, na eerst een half jaar helemaal niks.

'Zet code 4711 open'
Ondanks al die verschillende situaties komt geen supermarkt nu in aanmerking voor noodregeling TOGS, een hulppakket van de overheid voor getroffen sectoren. Dat komt omdat daarbij wordt gekeken naar de SBI-code waarmee een onderneming bij de KvK staat ingeschreven. Code 4711, die van supermarkten, staat daar niet tussen als zijnde een 'getroffen sector'. En dat betekent geen steun. Volgens Spar University-voorman Erwin Binneveld wordt het tijd dat daar minder star naar gekeken wordt. “Ik kan heel makkelijk aantonen dat mijn omzet naar nul is gegaan als gevolg van overheidsmaatregelen.” Zet code 4711 open voor noodsteun, zegt hij dan ook. “In de snelheid snap ik dat dat niet meteen gebeurd is. Nu wordt het tijd om te kijken waar dingen fout gingen en hersteld moeten worden. Natuurlijk met strenge controles en hoge boetes voor supermarkten die er misbruik van maken.”

De anderhalvemeterregel en de bijkomende beperkende maatregelen blijken een ander pijnpunt voor supermarkten. Nog afgezien van de impact op de omzet is het moeilijk denkbaar dat dit het nieuwe normaal wordt, gezien de onhoudbare situaties die soms ontstaan. Klanten buiten in de rij op een winkelwagentje laten wachten gaat nog wel, maar eenmaal binnen is het een stuk moeilijker de controle te houden. De situatie zorgt bij sommige klanten voor onbegrip en frustratie. Dat leidt in onder meer Rijsbergen, Susteren, Purmerend en Amstelveen tot heuse coronaruzies, met scheldpartijen en zelfs fysiek geweld. De in deze tijd toch al overvraagde medewerkers zijn ook de dupe van deze frustraties. En ook dat personeel heeft soms moeite om zelf datgene uit te voeren wat er op hun gele hesje staat.

Aldi's beloven beterschap
Een enkele supermarkt vertikt het zelfs om zich aan de richtlijnen te houden. Twee vestigingen van Aldi zijn daarvoor beboet. Het filiaal in Bunschoten voerde ondanks herhaald waarschuwen geen deurbeleid en ook werd de anderhalve meter afstand niet in acht genomen. Eerder werd een filiaal van de discounter in Woudenberg een boete van vierduizend euro opgelegd omdat de winkel wekenlang coronamaatregelen aan zijn laars lapte. Een woordvoerder bevestigt dat er boetes zijn uitgedeeld, maar zegt ook dat er inmiddels niets meer aan de hand is. “Beide filialen voldoen aan alle landelijke maatregelen die door de overheid en het RIVM zijn uitgevaardigd.” Zo hangt er een poster met de in acht te nemen regels, mag er maar één klant per tien vierkante meter naar binnen en zijn winkelwagens verplicht. “Op drukke tijden staat er iemand bij de deur om dat in goede banen te leiden.”

Tot boetes zal het bij Spar University niet komen. “Als het moet, moet het”, is Binnevelds standpunt over de anderhalvemetersamenleving en alle bijbehorende beperkingen. Bij heropening zal hij zich er dan ook netjes aan houden. Groot voorstander ervan is hij niet. “Ik ben voor het Zweedse model”, zegt Binneveld. Hij verwijst naar de relatief milde maatregelen in het Scandinavische land. In plaats van over te gaan tot het sluiten van talloze sectoren, vertrouwt de overheid op eigen verantwoordelijkheid van zijn burgers om besmettingsrisico’s te verkleinen. “En het is helder dat de situatie daar niet bijzonder veel erger is dan in landen met een totale lockdown”, zegt Binneveld. En al is Zweden een van de dunbevolktste landen van Europa en behoort Nederland tot de dichtbevolkste, dat neemt volgens hem niet weg dat we lessen van het land kunnen leren. “Tegenstanders noemen het een groot sociaal experiment”, zegt de Spar University-eigenaar. “Ja, dat is dan misschien een risico dat ik als ondernemer iets sneller zou nemen dan een politicus.”

Dit is een premium artikel

Verder lezen?

Word member van RetailTrends

€28,75 Per maand

Log in of word member van RetailTrends en krijg toegang tot alle premium content.