Roosendaal, je wilt er nog niet dood gevonden worden

Roosendaal, je wilt er nog niet dood gevonden worden

Door Hans Verstraaten (columnist)
Bron: RetailTrends 3

Bent u weleens in winkelcentrum De Biggelaar in de binnenstad van Roosendaal geweest? Vast niet. Omdat u bijvoorbeeld nooit in Roosendaal komt. Wat heel verstandig is, maar daarover straks meer. Of u woont en werkt weliswaar in Roosendaal, maar al die jaren heeft u winkelcentrum De Biggelaar gemeden als de pest. Ook heel verstandig overigens.

Nu komt het: je hebt winkelleegstand en dan heb je De Biggelaar. Toen ik dit winkelcentrum begin februari bezocht was er welgeteld nog één winkel open. Eén! Terwijl het best een groot winkelcentrum is – of beter gezegd: was.

Die ene overgebleven winkel zat ook nog in de kelder. De Prijsstunter is de naam (een discountdrogist) en vanzelfsprekend: ook De Prijsstunter is sinds vorige week dicht. Nu heb je een winkelcentrum in de binnenstad met honderd procent leegstand. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij is dit uniek in Nederland.

Heeft u weleens zo’n winkelcentrum bezocht, zo een met nog slechts één winkel, ook nog in de kelder? Het is alsof je in een film stapt. Bijvoorbeeld Invasion of the Body Snatchers, maar dan zijn de body snatchers inmiddels weg. Geen levende klant en geen open winkel meer te zien, shop snatchers zogezegd. Je hoort de echo van je voetstappen. En heel raar: er is geen mens, maar er is wel muziek. 

Welke gek zet hier ’s ochtends muziek aan? Na vijf minuten wandelen dacht ik: ja, dit verval, dit groteske verval, dit is bijna mooi van lelijkheid. In de kelder was geen klant te zien bij De Prijsstunter. De eigenaar kon ik trouwens ook niet vinden. Kort samengevat: als Stephen King een winkelcentrum mocht ontwerpen, dan zou hij De Biggelaar ontwerpen.

Het schijnt dat de eigenaar van De Biggelaar, ene Willem Losecaat, nogal hoge huren vraagt en werkt met langlopende huurcontracten. Maar als je als eigenaar ziet dat je hele winkelcentrum compleet leegloopt, dan doe je toch wat aan die huren en contracten? Het zou ook zomaar kunnen (maar dat hoort u mij niet zeggen, hoor) dat Willem Losecaat een verschrikkelijke prutser is.

Men zegt ook dat Rosada Outlet Center, even buiten Roosendaal, voor ernstige concurrentie heeft gezorgd. Nu kun je veel slechts zeggen over een outletcentrum, maar dat het in staat is een heel winkelcentrum in de binnenstad weg te vagen, dat lijkt me toch echt te veel eer.
Die Losecaat en dat Rosada zullen hun bijdragen aan deze deconfiture wel hebben geleverd, maar volgens mij is dit de belangrijkste reden: Roosendaal zelf.

Ach Roosendaal.

Ik ben er geboren en getogen en ik en mijn stadgenoten zeiden altijd – zelfs met enige trots: wij wonen in véruit de lelijkste stad van Nederland. En er was ook nog dag in, dag uit helemaal niks te doen. Nog steeds niet trouwens. Winkelen deed en doe je in het leuke Breda of, helemaal leuk, in het bruisende Antwerpen. Het hoogtepunt van de week in Roosendaal was een bezoek op zaterdagmiddag aan V&D, waar we stinkbommetjes voor de draaideuren legden en roltrappen stopzetten middels kartonnetjes. (Er bestaat overigens geen rechtstreeks verband tussen dit kattenkwaad en de latere ondergang van V&D).

Nu wordt geopperd De Biggelaar te transformeren tot een, let op, hippe foodmarket. Een hippe foodmarket! In Roosendaal! In Roosendaal eten ze nog elke avond stipt om zes uur kruimige aardappelen, vette varkensworsten en doorgekookte bloemkool, met tot besluit een luide boer. (Wat ik stiekem allemaal erg lekker vind, minus die luide boer dan).

De enige retail die in Roosendaal echt loopt is de handel in softdrugs. Die handel is pas echt goed gaan lopen – via thuis- en straatdealertjes –  toen het gemeentebestuur in al zijn wijsheid besloot àlle coffeeshops te sluiten.

Zet een pistool op mijn slaap en vraag dreigend: “Zullen we zaterdag eens gaan shoppen in de binnenstad van Roosendaal?”

Dan is mijn antwoord: “Schiet maar.”

Maar hé, ik zie zowaar nu ineens een kans voor Roosendaal: een soort omgekeerd pretpark. Een winkelcentrum met alleen maar gesloten winkels. Afbladderende verf. Vieze ramen. Losliggende tegels. Overal schimmel. Hier en daar nog een knipperende tl-balk en een poster: ‘Opheffingsuitverkoop!!!’ En dat gecombineerd met die rare, angstaanjagende muziek. Uit de brochure van omgekeerd pretpark De Biggelaar: ‘Welkom in deze hedendaagse versie van Dante’s Inferno in het doodsaaie centrum van ’s lands allerlelijkste stad. U heeft gegarandeerd een onvergetelijke ervaring.’

Bij de ingang zit Willem Losecaat achter de kassa.