De detailhandel heeft in maart 3,5 procent meer omgezet ten opzichte van maart 2019, blijkt uit cijfers van het CBS. De coronamaatregelen hebben echter 'een groot, wisselend effect' gehad op de verschillende sectoren. Waar de foodsector veelal profiteerde, kregen kleding- en schoenenwinkels te maken met een ‘ongekend’ omzetverlies. 

De supermarkten realiseerden een omzetgroei van 13,1 procent ten opzichte van maart 2019. Bij de voedingsspeciaalzaken was dat bijna vijf procent. De omzet van de winkels in non-food kromp vorige maand met acht procent; de grootste omzetdaling na maart 2013 (-11,6 procent). 

De winkels in doe-het-zelfartikelen, keukens en vloeren en de drogisterijen realiseerden de grootste omzetstijging sinds het begin van de publicatie van koopdaggecorrigeerde omzetontwikkelingen in januari 2005 (+22,6 procent). Hetzelfde geldt voor de winkels in consumentenelektronica en witgoed. Retailers in meubels en woninginrichting en in recreatie-artikelen hebben aanzienlijk minder omgezet dan een jaar eerder. Schoenen- en kledingwinkels leden het grootste omzetverlies sinds 2005 (-40 procent). 

De online omzet was vorige maand 28,8 procent hoger dan in maart een jaar eerder. Sinds de publicatie van de internetverkopen in januari 2014 is de groei nog niet zo sterk geweest.

De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van koopdagen in maart. Op sommige dagen van de week wordt meer verkocht dan op andere dagen. Zonder deze correctie was de omzet van de totale detailhandel niet 3,5 maar 0,8 procent hoger dan in maart 2019.