De omzet van de detailhandel groeide in het derde kwartaal met 9,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Het gaat om de sterkste toename sinds het begin van de metingen in 2005. 

Net als eerder dit jaar hebben de coronamaatregelen in het derde kwartaal een wisselend effect gehad op de detailhandel. Hoewel de horeca weer geopend was, bleef de omzet van de foodwinkels toch relatief hoog (+ 6,4 procent). Bij de supermarkten nam de omzet met zes procent toe. Speciaalzaken zoals slagerijen en groentewinkels zagen hun omzet gemiddeld met 9,2 procent stijgen. 

In de non-foodsector nam de omzet met acht procent toe. Het volume, de omzet na correctie voor prijsveranderingen, steeg met 6,6 procent. Vooral de winkels in doe-het-zelfartikelen, keukens en vloeren (+18,7 procent) en de winkels in meubels en woninginrichting (+17,2 procent) deden in het derde kwartaal goede zaken. Ook verkopers van recreatieartikelen (+13,8) en consumentenelektronica en witgoed (+10,6) noteerden forse omzetstijgingen.

De omzetten van kledingwinkels (-3,4 procent) en schoenen- en lederwarenwinkels (-4,9 procent) vielen lager uit, maar de daling was een stuk minder fors dan in het tweede kwartaal. De onlineomzet van de detailhandel was in het derde kwartaal 38,3 procent hoger.