De grootste denkfout van de kledingbranche? Oude kleding als afval zien en niet als een voorraad waardevolle grondstoffen. Volgens Mud Jeans-oprichter Bert van Son biedt onder andere de UPV Textiel een kans op verandering - mits de sector kiest voor circulair ontwerp in plaats van afvinklijstjes.
Toen wij met Mud Jeans 14 jaar geleden begonnen met oude jeans terughalen, was een van de eerste vragen: wat gaan jullie eigenlijk doen met al die oude broeken?
Roepen dat je katoen opnieuw wilt gebruiken is 1 ding. Laten zien dat het echt kan, is iets anders. We gingen naar de fabriek en filmden hoe oude jeans mechanisch werden gerecycled. Niet als een gelikt marketingfilmpje, gemaakt door een geweldige stagiaire, maar omdat mensen het gewoon niet begrepen. Van een versleten broek de grondstof hergebruiken voor een nieuwe broek, was blijkbaar nog een vreemd idee.
Inmiddels denk ik: het vreemde idee was niet dat wij die broeken terug wilden hebben. Het idiote was dat de sector oude kleding alleen maar als afval zag.
Schaarse grondstoffen
Katoen is geen afval. Wol is geen afval. Hennep en vlas zijn ook geen...
De grootste denkfout van de kledingbranche? Oude kleding als afval zien en niet als een voorraad waardevolle grondstoffen. Volgens Mud Jeans-oprichter Bert van Son biedt onder andere de UPV Textiel een kans op verandering - mits de sector kiest voor circulair ontwerp in plaats van afvinklijstjes.
Toen wij met Mud Jeans 14 jaar geleden begonnen met oude jeans terughalen, was een van de eerste vragen: wat gaan jullie eigenlijk doen met al die oude broeken?
Roepen dat je katoen opnieuw wilt gebruiken is 1 ding. Laten zien dat het echt kan, is iets anders. We gingen naar de fabriek en filmden hoe oude jeans mechanisch werden gerecycled. Niet als een gelikt marketingfilmpje, gemaakt door een geweldige stagiaire, maar omdat mensen het gewoon niet begrepen. Van een versleten broek de grondstof hergebruiken voor een nieuwe broek, was blijkbaar nog een vreemd idee.
Inmiddels denk ik: het vreemde idee was niet dat wij die broeken terug wilden hebben. Het idiote was dat de sector oude kleding alleen maar als afval zag.
Schaarse grondstoffen
Katoen is geen afval. Wol is geen afval. Hennep en vlas zijn ook geen geitenwollensokkenromantiek meer. Het zijn grondstoffen die de komende jaren misschien wel belangrijker voor retailers worden dan de volgende loyalty-app of winkelbeleving waar weer een consultancyrapport over wordt geschreven.
Europa heeft weinig eigen grondstoffen en is afhankelijk van lange ketens. Tegelijkertijd hangen onze kledingkasten vol met materiaal. Katoen, wol, linnen, viscose, polyester, mengsels - van alles door elkaar. Een deel wordt gedragen, een deel ligt te wachten op een beter leven, en een deel eindigt ergens ver weg op een vezelkerkhof.
Sommigen noemen dat afval. Maar eigenlijk is het een goudmijn. Urban mining (het recyclen van waardevolle grondstoffen uit stedelijk afval als bouwmaterialen of oude elektronica, red.) klinkt misschien als een congresterm, maar het is gewoon een kwestie van je gezonde verstand gebruiken. Kijk eerst naar wat je al hebt voordat je weer nieuwe grondstoffen uit de grond trekt, over de wereld sleept en na gebruik verbrandt.
In de kledingbranche was de logica jarenlang simpel: verkocht is verkocht. De klant koopt een broek, jas of trui en daarna is het probleem verdwenen. Maar dat probleem is natuurlijk niet verdwenen. Het ligt alleen niet meer op de balans van de retailer.
UPV Textiel: een groenwasgordijntje?
Met de UPV Textiel, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, komt die verantwoordelijkheid terug naar de bedrijven die kleding op de markt brengen. Wie textiel verkoopt, moet ook meedenken en meebetalen aan inzameling, hergebruik en recycling. Dat is een goede stap. Sterker nog: dat is hard nodig.
Maar ik ben niet naïef.
Een goede wet kan in de kledingbranche ook heel snel een groenwasgordijntje worden, waarachter de textielzondaars zich verschuilen. Als je voor een paar dubbeltjes per kilo je verantwoordelijkheid kunt afkopen, maar ondertussen dezelfde slecht gemaakte spullen blijft produceren, verandert er weinig. Dan wordt UPV geen motor van verandering, maar een afvalparkeerkaartje. Netjes betaald, bonnetje achter de ruit, en weer door.
Dat mogen we niet laten gebeuren.
De vraag is niet alleen of we meer textiel kunnen inzamelen. De vraag is vooral: maken we kleding die later nog uit elkaar te halen is? Kiezen we vezels die opnieuw gebruikt kunnen worden? Stoppen we met mengsels, coatings, prints en frutsels die recycling bijna onmogelijk maken? En durven retailers hun retourstromen, oude collecties en afgedankte producten eindelijk te zien als retourstroomgoud?
Een circulaire economie begint niet bij de afvalbak. Die begint bij ontwerp, inkoop en kwaliteit. Alles wat je vandaag aan een kledingstuk toevoegt, moet je morgen ook weer kunnen verwerken.
En ja, het product moet natuurlijk fantastisch goed zijn. Een broek kan nog zo’n mooi verhaal hebben, maar als hij niet lekker zit koopt niemand hem. Dan heb je hooguit een broek met pensioenangst in het magazijn liggen.
Frankrijk is kartrekker
Frankrijk is op dit gebied verder dan Nederland. Niet perfect, maar daar bestaat de producentenverantwoordelijkheid voor textiel, huishoudlinnen en schoenen al sinds 2007 via Refashion. Ook kent het land een reparatiebonus voor kleding en schoenen waardoor repareren goedkoper wordt, en is er wetgeving tegen het vernietigen van onverkochte spullen.
Dat zijn 2 concrete voorbeelden van beleid dat niet alleen over afval aan de achterkant gaat, maar ook over langer gebruik aan de voorkant. Dat laatste blijft onbegrijpelijk: spullen maken en daarna vernietigen omdat ze niet verkocht zijn. Je moet wel heel knap zijn om dat normaal te vinden.
Nederland komt nu op gang. Er zijn verschillende organisaties die producenten helpen met de UPV. Prima. En eerlijk is eerlijk: initiatieven zoals Collectief Circulair Textiel lijken vanuit de juiste intrinsieke motivatie opgezet. Juist omdat ze niet alleen naar de achterkant van de keten kijken, maar ook naar ontwerp, kwaliteit en circulariteit aan de voorkant.
Durf anders naar kleding te kijken
Maar als de concurrentie straks vooral gaat over wie het goedkoopst kilo’s kan administreren, dan bouwen we geen circulaire economie. Dan bouwen we een keurige kilo-administratie rond een kapot model. Een goede producentenorganisatie moet meer doen dan formulieren invullen. Zij moet duwen op beter ontwerp, vezel-tot-vezelrecycling, reparatie, hergebruik en ultratransparantie.
Intussen blijft het fastfashionkanon doordenderen. Meer collecties, lagere prijzen, kortere levensduur. Fastfashionspelers blazen waarde door de keten heen en aan het einde noemt iemand het afval. We moeten anders naar kleding durven kijken. Een oude jeans is geen afval, maar katoen met een geschiedenis. Een wollen trui is geen afdankertje, maar vezelvoorraad die toevallig een tijdje trui is geweest.
De nieuwe katoenvelden liggen niet alleen in India, Turkije of China. Ze liggen ook in onze eigen kledingkasten, magazijnen en retourstromen. Om dat afval te noemen, is misschien wel de grootste denkfout van de kledingbranche. We zijn niet arm aan grondstoffen, we zijn arm aan verbeelding. We kijken naar een oude jeans en zien een probleem. Terwijl we eigenlijk naar katoen kijken dat opnieuw gebruikt kan worden.
Laten we ophouden met kleding begraven onder keurige rapportages, groene claims en kilotabellen. De circulaire economie is geen hobby van idealisten meer. Het is de toekomstige manier van zakendoen.
Dit is een premium artikel
Verder lezen?
Sluit je net als 2.500 bedrijven aan bij de RetailTrends-community
Slechts€10voor de eerste maand
Word member van RetailTrends en krijg;
✅ toegang tot alle premiumcontent;
✅ net als 57.500 nieuwsbriefabonnees dagelijks het laatste nieuws in je mailbox;
✅ toegang tot RetailTrends-events, exclusief voor members.
✅ gratis vacatureplaatsingen op RetailTrends Jobs;
✅ toegang tot contactgegevens in RetailTrends Connect.