Mensen met een volledige baan maken tegenwoordig beduidend minder uren dan vroeger. Werkte de gemiddelde fulltime-werknemer vorig jaar 1720 uur, in 1980 was dat nog ruim honderd uur meer. In 1950 besloeg een volledige baan zelfs 560 uur meer dan nu. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Belangrijke redenen voor het slinkende aantal uren zijn bijvoorbeeld extra verlofdagen wegens leeftijd, meer vakantiedagen en een kortere werkweek.

Werknemers in de zorg werken het minst, 1674 uur, gevolgd door mensen in het openbaar bestuur (1684 uur). De meeste uren worden gemaakt in de delfstoffenwinning (1774 uur), en in de zakelijke dienstverlening (1750 uur). De sector ‘Handel en reparatie’ zit ook boven het gemiddelde.