Ruim een kwart van de medewerkers die op de eerste drie koopzondagen in Veenendaal hebben gewerkt, voelde zich daartoe gedwongen door hun werkgever. Vooral bij kleinere winkels en horecabedrijven heerste dit gevoel, concludeert het Reformatorisch Dagblad uit een evaluatie van het bureau Roots Beleidsadvies. Tegelijkertijd bestaat volgens de onderzoekers bij veel bedrijven ‘de ruimte om niet te werken op zondag als een medewerker dat om principiële bezwaren niet wil’.

Veenendaal ging vorig jaar van start met koopzondagen en telt er maximaal zes per jaar. De gemeenteraad heeft het bureau uit Rijswijk gevraagd om het draagvlak onder inwoners, ondernemers en winkelpersoneel in de stad te meten. De aantallen voor- en tegenstanders bleken volgens de onderzoekers nagenoeg even groot, ‘waarbij elke groep zeer uitgesproken was in haar standpunten’.

Een op de drie ondernemers opent zijn winkel of horecazaak niet op zondag, terwijl 47 procent van de inwoners niet zegt te gaan winkelen. Een koopzondag trok met gemiddeld 25.300 bezoekers ongeveer evenveel publiek als op een woensdag of donderdag. De koopzondagen vonden plaats op 18 september, 18 december en 26 maart.

Ondernemers stellen dat de eerste drie koopzondagen tot extra opbrengsten hebben geleid. Het is volgens de onderzoekers echter onduidelijk of alle baten tegen de kosten opwegen, als bijvoorbeeld ook de investeringen in de georganiseerde evenementen mee worden genomen. Het rapport wordt volgende maand in de gemeenteraad besproken.