Het voormalige bestuur van modehuis McGregor is niet persoonlijk aansprakelijk voor het faillissement van vier jaar terug. Dat concluderen de curatoren in hun elfde faillissementsverslag.

Hoewel de directie volgens de curatoren bepaalde zaken anders had kunnen aanpakken, is het onwaarschijnlijk dat daarmee een faillissement was voorkomen. Daarvoor waren vrijwel zeker ‘substantiële extra middelen’ nodig geweest, die de betrokken financiers niet wilden verstrekken. Daarmee wordt aan de ‘hoge drempel’ die in Nederland geldt voor persoonlijke aansprakelijkheid niet voldaan, is de conclusie na vier jaar onderzoek naar het bankroet.

De curatoren zijn niettemin kritisch over het optreden van de voormalige bestuurders. Zo schrijven ze dat zij er niet in geslaagd zijn om drie jaar voor het faillissement een turnaround succesvol uit te voeren. Succesvolle structurele kostenbesparingen bleven uit en het herpositioneren van het merk is niet gelukt. McGregor ‘liep daardoor structureel achter de feiten aan’, klinkt het. ‘Hetgeen nog werd versterkt door het feit dat de onderneming een grote schuldenlast uit het verleden met zich droeg’.

Het verslag heeft betrekking op het eerste faillissement van McGregor en zustermerken Gaastra en Adam Brandstores, halverwege 2016. Oprichters Jeroen Schothorst en Ben Kolff vormden toen het bestuur. Zij bleven na de doorstart betrokken maar een jaar later volgde een tweede bankroet.

Inmiddels is het merk alweer enige tijd in handen van Fred Gehring en Ludo Onnink. Na aanvankelijk ambitieuze groeiplannen, maakten zij vorige maand bekend grotendeels online verder te gaan en veel brandstores te sluiten.