De niet-essentiële winkels gaan vanaf dinsdag voor vijf weken dicht, tot en met 19 januari. Alleen de winkels voor eerste levensbehoeften blijven open. Dat heeft minister-president Mark Rutte bekendgemaakt in zijn toespraak vanuit het Torentje over de nieuwe maatregelen tegen het coronavirus.

Voorbeelden van winkels die openblijven zijn de supermarkten, bakkers, slagers en andere levensmiddelenzaken. Ook de weekmarkten mogen doorgaan. Hetzelfde geldt voor drogisterijen, stomerijen, opticiens en thuiszorgwinkels. Maar kledingwinkels, bouwmarkten, warenhuizen, meubelzaken, tuincentra en elektronicawinkels moeten dicht. "Bij bouwmarkten blijft het mogelijk om vooraf bestelde spullen af te halen, omdat er ook weleens iets kapot gaat in huis. En natuurlijk mogen winkels ook blijven bezorgen", zei Rutte, terwijl op de achtergrond demonstranten floten en joelden.

Rutte: "Dit is een ongelooflijk harde boodschap voor heel veel ondernemers. Maar zeker gezien de soms extreme drukte in de winkelstraten in de grote steden moeten we dit besluit nu nemen. Uiteraard doen we wat nodig is om ondernemers te steunen en banen te behouden." Hij wees op het steunpakket dat vorige week is uitgebreid en dat 'meeademt'. "Hoe meer omzetverlies, hoe meer steun."

Vanaf dinsdag tot en met 27 december is het ook weer mogelijk om subsidie aan te vragen waarmee het personeel kan worden doorbetaald, de zogeheten NOW-regeling. "En ook verder zullen we de komende tijd blijven kijken wat kan en nodig is om te zorgen dat zo min mogelijk bedrijven omvallen."

Zie ook: Zo reageren retailers op de 'harde lockdown'