Op de plek waar tot voor kort een failliete elektronicaketen zat, opent na verloop van tijd een concurrent. Soms is het Coolblue, soms MediaMarkt, soms een formule die er een jaar geleden nog niet was. Waar de ene retailer ten onder gaat, ontstaat ruimte voor een ander. Wie het Nederlandse winkellandschap goed bekijkt, ziet de selectietheorie van Charles Darwin aan het werk. Klassieke voorbeelden daarvan zijn Free Record Shop, V&D en BCC.
Retail is al enige tijd een ecosysteem onder selectiedruk en die druk is in 10 jaar grondig veranderd. E-commerce is volwassen, (ultra-)fast fashion uit Azië heeft zich gevestigd, energie- en personeelskosten zijn gestegen, en de consument besteedt anders. Ook de coronaschulden hebben de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld, maar op zichzelf is dat zelden de enige oorzaak van faillissement. Een onderneming bij wie de productformule, kostenstructuur of het distributiekanaal niet snel genoeg meebeweegt met deze ontwikkelingen binnen het ecosysteem, raakt uit balans waardoor bankroet dreigt. Faillissement is in die optiek geen morele uitspraak over de ondernemer; het is de uitkomst van de ontstane afstand tussen...
Op de plek waar tot voor kort een failliete elektronicaketen zat, opent na verloop van tijd een concurrent. Soms is het Coolblue, soms MediaMarkt, soms een formule die er een jaar geleden nog niet was. Waar de ene retailer ten onder gaat, ontstaat ruimte voor een ander. Wie het Nederlandse winkellandschap goed bekijkt, ziet de selectietheorie van Charles Darwin aan het werk. Klassieke voorbeelden daarvan zijn Free Record Shop, V&D en BCC.
Retail is al enige tijd een ecosysteem onder selectiedruk en die druk is in 10 jaar grondig veranderd. E-commerce is volwassen, (ultra-)fast fashion uit Azië heeft zich gevestigd, energie- en personeelskosten zijn gestegen, en de consument besteedt anders. Ook de coronaschulden hebben de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld, maar op zichzelf is dat zelden de enige oorzaak van faillissement. Een onderneming bij wie de productformule, kostenstructuur of het distributiekanaal niet snel genoeg meebeweegt met deze ontwikkelingen binnen het ecosysteem, raakt uit balans waardoor bankroet dreigt. Faillissement is in die optiek geen morele uitspraak over de ondernemer; het is de uitkomst van de ontstane afstand tussen organisme en omgeving. Survival of the fittest gaat nu eenmaal om aanpassingsvermogen.
Anders dan in de natuur betekent faillissement niet altijd het einde. Voor ondernemingen met een marktpositie is het ook een filtermoment en een kans op een nieuw leven in de vorm van een doorstart. Bij een doorstart wordt afgeworpen wat de onderneming naar beneden trok: opgebouwde schulden, te dure huurcontracten, verlieslatende onderdelen. Wat overleeft is het fenotype dat in de markt nog herkenbaar werkt zoals de merknaam, de leveranciersrelaties, het klantenbestand, soms een specifiek concept. De soort wordt door de crisis niet uitgeroeid, maar herzien.
WHOA en doorstart
Hier wijkt het retail-ecosysteem fundamenteel af van de natuur. Selectie in de biologie is blind maar in de winkelstraat kan zij worden gestuurd. De WHOA en de doorstart zijn juridische instrumenten waarmee dat selectieproces kan worden beïnvloed. Denk aan Shoeby of Lucardi (allebei WHOA) en recent Oil & Vinegar (doorstart). Met gebruikmaking van die middelen kan worden bepaald welke onderdelen van de onderneming worden voortgezet en welke verloren gaan. Daarmee heeft de wetgever een evolutionaire mogelijkheid geschapen die in de biologie ondenkbaar is: verworven aanpassingen worden doorgegeven aan de volgende generatie van het bedrijf.
Biologen noemen dit Lamarckiaans (naar Jean-Baptiste Lamarck (1744-1829), een Franse bioloog en natuuronderzoeker) wiens onderzoek zich richtte op de erfelijkheid van verworden eigenschappen. In de biologie heeft Lamarck weinig steun gevonden voor zijn theorie. In bedrijfeconomische zin lijkt zijn theorie wél stand te kunnen houden. Zijn theorie beschrijft immers precies wat een doorstart in de praktijk doet. De onderneming leert in de crisis welke onderdelen levensvatbaar zijn, ontdoet zich van de rest, en gaat verder met die geleerde les ingebouwd. De verworven aanpassingen worden doorgegeven aan de doorgestarte onderneming.
Alsnog einde verhaal
Dat instrumentarium is echter geen panacee. Niet elke WHOA of doorstart is een evolutionaire sprong. Sommige trajecten blijken niet meer dan uitstel. De Nederlandse retailgeschiedenis kent meerdere ondernemingen die na hun eerste doorstart binnen enkele jaren opnieuw omvielen, zoals McGregor, Miss Etam en Perry Sport. Een tweede faillissement is in essentie het signaal dat de eerste herstructurering de mismatch met het milieu niet daadwerkelijk heeft opgelost. Voor de retailer die overweegt of een doorstart kansrijk is, is dat de kernvraag: bestaat er nog een werkelijk levensvatbare kern, of wordt vooral tijd gekocht? Het juridisch instrumentarium kan de selectiedruk tijdelijk dempen, maar de markt zelf is geduldig en onverbiddelijk.
De winkelstraat blijft, hoe leeg of vol ook, een ecosysteem. Soorten verdwijnen en andere nemen hun niche in. Sommige krijgen via een doorstart een tweede leven, met geleerde aanpassingen ingebakken. Het is aan ondernemers, financiers en betrokken adviseurs om eerlijk te beoordelen of die tweede kans evolutionaire winst oplevert, of dat het slechts leidt tot een herhaling van zetten met dezelfde mismatch. Want de markt selecteert niet één keer. Ze blijft selecteren.